Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

Onderschildering

Techniek
Welkom in mijn studeerkamer!

Onderschildering Het verborgen schilderij onder het schilderij Een onderschildering is een eerste geschilderde laag waarop het uiteindelijke schilderij verder wordt opgebouwd. De kunstenaar legt hierin bijvoorbeeld compositie, licht-donkerverdeling, vormen en toonwaarden vast voordat de definitieve kleuren worden aangebracht. Onderschilderingen kunnen monochroom zijn. Bij een grisaille wordt vooral met grijstinten gewerkt, terwijl een brunaille bruine tonen gebruikt. Ook gekleurde onderschilderingen komen voor. De bovenliggende verflagen kunnen gedeeltelijk transparant zijn, waardoor de onderschildering invloed blijft houden op kleur, diepte en lichtwerking. De methode speelde een belangrijke rol in traditionele olieverfschilderkunst, maar wordt ook door hedendaagse kunstenaars toegepast. Technisch onderzoek met bijvoorbeeld infrarood kan soms verborgen voorbereidende stadia zichtbaar maken. Wil je verder? Bekijk hoe glacislagen samenwerken met een onderschildering, vergelijk grisaille met brunaille of onderzoek met infraroodbeelden hoe oude meesters tijdens het schilderen hun composities veranderden.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

gerelateerd aan

is gerelateerd aan

Infraroodreflectografie

Techniek

Kijk onder het schilderij en volg de eerste gedachten van de kunstenaar Infraroodreflectografie maakt bepaalde structuren onder de zichtbare verflaag van een schilderij zichtbaar. Infraroodstraling kan door verschillende verflagen heen dringen, terwijl sommige donkere materialen in een ondertekening deze straling absorberen. Met speciale apparatuur kan het verschil worden geregistreerd. Daardoor verschijnen soms tekeningen die de kunstenaar maakte voordat hij begon te schilderen. Deze ondertekeningen kunnen laten zien hoe zorgvuldig een compositie werd voorbereid. Nog interessanter zijn de afwijkingen tussen tekening en uiteindelijk schilderij. Een figuur kan tijdens het werk zijn verplaatst, een hand veranderd of een voorwerp verwijderd. Zulke wijzigingen geven inzicht in het creatieve proces en worden vaak aangeduid als pentimenti. Infraroodreflectografie kan bovendien bijdragen aan onderzoek naar schildertechniek en toeschrijving. Kenmerkende manieren van tekenen kunnen met andere werken worden vergeleken. Voor restauratoren heeft de methode een groot voordeel: veel onderzoek kan plaatsvinden zonder het schilderij fysiek aan te tasten. Zo wordt zichtbaar wat de kunstenaar ooit besloot met verf voor ons te verbergen.

Over Infraroodreflectografie is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Glaceren

Techniek

Glaceren Schilderen met licht dat door de verf heen lijkt te komen Glaceren is een schildertechniek waarbij een kunstenaar dunne, transparante of halftransparante verflagen over reeds gedroogde verf aanbrengt. Iedere nieuwe laag verandert subtiel de kleur van de laag eronder. Daardoor kunnen kleuren een bijzondere diepte en helderheid krijgen zonder dat dikke verf nodig is. De techniek werd veel gebruikt in de Europese schilderkunst en speelde een belangrijke rol bij het schilderen met olieverf. Vooral bij huid, kleding, schaduwen en rijke kleurpartijen konden glacislagen bijzonder verfijnde effecten opleveren. Glaceren vraagt geduld. Een onderliggende verflaag moet voldoende droog zijn voordat een volgende laag wordt aangebracht. De kunstenaar bouwt het uiteindelijke resultaat daardoor stap voor stap op. Glaceren heeft verwantschap met sfumato, maar beide begrippen betekenen niet hetzelfde. Sfumato draait om zachte, bijna onzichtbare overgangen tussen vormen, licht en schaduw. Glaceren is de technische werkwijze waarbij transparante verflagen over elkaar worden aangebracht.

Over Glaceren is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Olieverfschilderkunst

Techniek

Olieverfschilderkunst Een techniek waarin kleur dagenlang beweeglijk kan blijven en eeuwen kan overleven Olieverfschilderkunst is schilderkunst waarbij pigmenten worden gebonden in een drogende olie, meestal lijnolie. De techniek werd vanaf de late middeleeuwen steeds belangrijker en bood kunstenaars ongekende mogelijkheden om kleur, licht, textuur en detail op te bouwen. Olieverf droogt relatief langzaam. Daardoor kunnen kleuren op het schilderij worden gemengd en zachte overgangen ontstaan. Tegelijk kan een kunstenaar juist in meerdere lagen werken. Dunne transparante glacislagen geven kleur diepte, terwijl dikke pasteuze verf en impasto het oppervlak tastbaar maken. Kunstenaars als Jan van Eyck, Rembrandt en Johannes Vermeer benutten ieder andere eigenschappen van olieverf. Later maakten bijvoorbeeld Van Gogh en de expressionisten juist de zichtbare penseelstreek belangrijk. Een olieverfschilderij is technisch een complete laagopbouw van drager, grondering en verschillende verflagen. Wil je verder? Kijk onder het zichtbare beeld en ontdek lijnolie, drogende olie, onderschildering, glaceren en impasto. Zo volg je een schilderij van ondergrond tot laatste penseelstreek.

Over Olieverfschilderkunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Schildertechniek

Techniek

Schildertechniek Niet alleen wat je schildert telt, maar vooral hoe je de verf gebruikt Schildertechniek is de manier waarop een kunstenaar verf en andere materialen gebruikt om een schilderij op te bouwen. Het begrip kan zowel betrekking hebben op het soort verf als op de manier waarop die verf wordt aangebracht en verwerkt. Olieverf, acrylverf, aquarel en tempera vragen bijvoorbeeld ieder om een andere aanpak. Daarnaast bestaan technieken als glaceren, impasto, nat-in-nat, droog penseel en alla prima. Een kunstenaar kan transparante lagen over elkaar zetten, verf dik aanbrengen of juist een deel van de ondergrond zichtbaar laten. Ook de opbouw van een schilderij behoort tot de schildertechniek. Een werk kan beginnen met een grondering en onderschildering, waarna verschillende verflagen, details en eventueel een vernis volgen. Schildertechniek is daardoor nauw verbonden met het uiteindelijke uiterlijk van een kunstwerk én met de manier waarop het veroudert. Wil je verder? Begin bij olieverf, acrylverf, aquarel en tempera en onderzoek daarna glaceren, impasto, onderschildering en penseelstreek.

Over Schildertechniek is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Brunaille

Techniek

Brunaille Een schilderij opgebouwd uit bijna alleen bruintonen Brunaille is een schildertechniek waarbij een voorstelling hoofdzakelijk wordt uitgevoerd in bruine en bruinachtige tinten. In plaats van een volledig kleurenpalet gebruikt de kunstenaar vooral verschillen in licht en donker om vormen, volume en ruimte zichtbaar te maken. Brunaille behoort tot de familie van monochrome schildertechnieken. Ze is verwant aan grisaille, waarbij voornamelijk grijstinten worden gebruikt. Een schilder kon een brunaille als zelfstandig kunstwerk maken, maar de techniek ook gebruiken als onderschildering voor een later in kleur uitgewerkt schilderij. Met aardpigmenten zoals omber en sienna kunnen uiteenlopende warme bruintonen worden opgebouwd. Door lichte en donkere partijen zorgvuldig te modelleren ontstaat ondanks het beperkte kleurenpalet een overtuigende ruimtelijkheid. Brunaille kan bovendien het uiterlijk van tekeningen, reliëfs of oude materialen oproepen. Wil je verder? Vergelijk brunaille met grisaille en onderzoek daarna monochroom, onderschildering, omber, sienna en modellering. Zo ontdek je hoeveel een schilder met één kleurenfamilie kan bereiken.

Over Brunaille is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Opbouw in lagen

Techniek

Opbouw in lagen Een schilderij kan onder het zichtbare oppervlak een hele geschiedenis verbergen Opbouw in lagen betekent dat een schilderij stapsgewijs uit verschillende lagen wordt opgebouwd. Iedere laag heeft daarbij een eigen functie. Wat de bezoeker uiteindelijk ziet, is alleen het bovenste deel van die complete schildertechnische constructie. Een traditionele opbouw kan beginnen met de drager, bijvoorbeeld paneel of schildersdoek. Daarop volgen eventueel een lijmlaag en grondering. Vervolgens kan de kunstenaar een tekening, imprimatura of onderschildering aanbrengen. Daarover komen de eigenlijke verflagen, glacis, details en soms uiteindelijk een vernis. Niet ieder schilderij bevat al deze lagen. Bij direct schilderen kan de opbouw veel eenvoudiger zijn, terwijl historische indirecte schildertechnieken juist uit vele afzonderlijke stappen kunnen bestaan. Door transparante en dekkende lagen te combineren ontstaan bijzondere effecten van kleur, licht en diepte. Wil je verder? Onderzoek grondering, onderschildering, imprimatura en glaceren en vergelijk daarna direct met indirect schilderen. Zo kun je een schilderij laag voor laag leren lezen.

Over Opbouw in lagen is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Op mijn tafel

Voor dit object zijn nog geen tekstblokken vastgelegd.