Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

Postminimalisme

Kunststroming
Welkom in mijn studeerkamer!

Postminimalisme Toen minimalisme ineens niet meer genoeg was Postminimalisme ontstond aan het einde van de jaren zestig als reactie op de strakke regels van het minimalisme. Kunstenaars namen de eenvoud en aandacht voor materiaal over, maar wilden meer vrijheid, beweging en persoonlijkheid. Een kunstwerk hoefde niet langer perfect, geometrisch of koel te zijn. Materialen mochten hangen, buigen, kreukelen, vloeien of veranderen. Kunstenaars gebruikten bijvoorbeeld touw, vilt, latex, aarde en andere materialen die zich niet altijd precies laten beheersen. Daardoor werd ook het maakproces onderdeel van het kunstwerk. Postminimalisme is geen strak afgebakende stijl. Het is eerder een houding: eenvoudige vormen gebruiken zonder jezelf door die eenvoud gevangen te laten zetten. Kunstenaars als Eva Hesse, Richard Serra en Robert Morris onderzochten zo nieuwe mogelijkheden van materiaal, ruimte en toeval. Juist daarom is postminimalisme interessant: het bevindt zich tussen orde en vrijheid. Open deze deur en ontdek wat er gebeurt wanneer kunstenaars de regels van het minimalisme beginnen los te laten.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

Hedendaagse kunst

Kunststroming

Hedendaagse kunst Schilderen, schrijven, fotograferen en verzamelen kunnen allemaal onderdeel worden van hetzelfde kunstwerk Hedendaagse kunst is een brede verzamelnaam voor kunst uit onze eigen en recente tijd. Anders dan historische stromingen zoals impressionisme of kubisme heeft hedendaagse kunst geen enkele herkenbare stijl. Kunstenaars kunnen schilderen, fotograferen, filmen, teksten gebruiken, installaties bouwen of verschillende technieken combineren. Tom Phillips, die leefde van 1937 tot 2022, werkte gedurende een groot deel van de periode die we met hedendaagse kunst verbinden. Zijn veelzijdigheid is daarbij kenmerkend. Hij was schilder en tekenaar, maar hield zich ook bezig met fotografie, muziek, boekkunst en geschreven taal. Voor Phillips hoefden beeld en tekst geen afzonderlijke werelden te zijn. Woorden konden onderdeel worden van een afbeelding en bestaande boeken konden als grondstof voor nieuwe kunst dienen. Daarmee past hij bij een belangrijke ontwikkeling binnen de hedendaagse kunst: niet het gebruikte materiaal bepaalt of iets kunst is, maar vooral wat een kunstenaar ermee doet. Phillips laat bovendien zien hoe hedendaagse kunst voortdurend verbindingen kan leggen met oudere cultuur. Vernieuwing hoeft niet te betekenen dat het verleden wordt vergeten.

Over Hedendaagse kunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Op mijn tafel

Beschrijving

KUNSTSTROMINGEN | Postminimalisme Een diepere reflectie op de vorm, het materiaal en het proces Een reactie op de strakke, geometrische vormen en het minimalisme Inleiding Postminimalisme is een kunststroming die ontstond in de late jaren 1960. Het was een reactie op de strakke, geometrische vormen en het formalisme van het minimalisme. Terwijl minimalistische kunstenaars zoals Donald Judd en Frank Stella zich richtten op eenvoud, puurheid en het volledig verwijderen van subjectieve inhoud, werd daarna het postmini…

Beschrijving

KUNSTSTROMINGEN | Postminimalisme 

Een diepere reflectie op de vorm, het materiaal en het proces

Een reactie op de strakke, geometrische vormen en het  minimalisme

Inleiding
Postminimalisme is een kunststroming die ontstond in de late jaren 1960. Het was een reactie op de strakke, geometrische vormen en het formalisme van het minimalisme. Terwijl minimalistische kunstenaars zoals Donald Judd en Frank Stella zich richtten op eenvoud, puurheid en het volledig verwijderen van subjectieve inhoud, werd daarna het postminimalisme gekenmerkt door een hernieuwde interesse in organische vormen, de fysiekheid van materialen en een meer procesmatige benadering van kunst. 

Postminimalistische kunstenaars omarmden het toevallige. Het onvolmaakte kreeg weer een kans, evenals het uitdrukken van je emoties. De materiële eigenschappen mochten weer zichtbaar worden. Hierdoor sloeg het Postminimalisme als stroming een brug tussen het minimalisme en latere kunststromingen zoals conceptuele kunst, land art en performance kunst.

Het ontstaan van het postminimalisme
In de jaren 1960 werd minimalisme een dominante stroming in de kunstwereld. Minimalisten wilden kunstwerken maken die volledig objectief en niet-emotioneel waren. Hierbij lag de aandacht op geometrische eenvoud, herhaling en het gebruik van ruwe industriële materialen. Kunstwerken moesten op zichzelf staan. Er was geen plek voor emotionele of symbolische interpretaties. De kunstwerken werden vaak gezien als “anti-uitdrukken van je emoties,” waarbij de persoonlijke betrokkenheid van de kunstenaar tot een absoluut minimum werd teruggebracht.

Maar niet alle kunstenaars voelden zich aangetrokken tot deze strakke, rationele benadering van de kunst. Postminimalistische kunstenaars begonnen vragen te stellen bij de objectiviteit van het minimalisme. En ze begonnen met het onderzoeken van nieuwe manieren om materialen en processen in te zetten. Ze hielden nog wel vast aan bepaalde principes van het minimalisme, zoals het gebruik van eenvoudige vormen, maar verruimden de aanpak door meer aandacht te schenken aan de toevalligheid, lichamelijkheid en de tijdelijkheid van hun werken.

Kenmerken van postminimalisme
1. Procesgerichtheid 
In tegenstelling tot het minimalisme, waarin de voltooide vorm van het kunstwerk centraal stond, benadrukten postminimalistische kunstenaars het proces, dus het tot stand komen van een kunstwerk. Het maken van het werk werd net zo belangrijk geacht als het eindresultaat. Het werk van Eva Hesse, een pionier van het postminimalisme, toont dit duidelijk aan. Hesse gebruikte materialen zoals latex en touw die na verloop van tijd veranderen en zelfs vergaan, waardoor de tijdelijkheid van het kunstwerk wordt benadrukt. Haar kunstwerk “Accession ii” (1967) toont een serie buizen in een rasterpatroon, maar de flexibele materialen en het grillige patroon geven het werk een organisch, bijna menselijk gevoel.

2. Materialiteit van de kunst 
Postminimalisten maakten gebruik van onconventionele en vaak fragiele of vergankelijke materialen. Waar minimalisten vooral werkten met strakke, industriële materialen zoals staal of plexiglas, werkten postminimalisten vaak met zachtere en natuurlijker materialen zoals rubber, stof, of zelfs aarde. Kunstenaars zoals Richard Serra experimenteerden met zware, ruwe materialen zoals lood en staal, maar lieten deze vaak op onvoorspelbare manieren reageren op zwaartekracht en ruimte. Serra’s werk "splashing" (1968) bijvoorbeeld, waarbij gesmolten lood tegen de muren van een ruimte werd gegooid, benadrukt de onvoorspelbaarheid van het materiaal en het belang van het toeval in het kunstproces.

3. Organische vormen:
Terwijl minimalistische kunst vaak strikt geometrisch en rechtlijnig was, omarmde postminimalisme vloeiende, organische vormen die minder voorspelbaar en minder symmetrisch waren. Kunstenaars zoals Lynda Benglis en Bruce Nauman creëerden werken die dynamisch, grillig en soms chaotisch waren. Benglis werd bekend om haar werken met gekleurde latex die ze rechtstreeks op de vloer goot, waardoor onregelmatige, willekeurige "vormen" ontstonden die reageerden op de ruimte waarin ze werden geplaatst.

4. De interactie van kunst met ruimte en tijd 
In plaats van werken te maken die autonoom en onafhankelijk waren van hun omgeving, begonnen postminimalistische kunstenaars te experimenteren met de manier waarop hun werken zich verhielden tot de ruimte waarin ze werden tentoongesteld. Kunstwerken werden vaak tijdelijk of afhankelijk van de plaats waar ze stonden. Robert Morris, een van de invloedrijkste figuren in het postminimalisme, creëerde sculpturen die op de vloer werden geplaatst in plaats van op sokkels, waardoor de grens tussen kunstwerk en toeschouwer vervaagde. We kennen hem van het Morris observatorium in de buurt van Lelystad in de Flevopolder dat zomer en winter weet aan te tonen

5. Invloed van lichamelijkheid en performance:
Veel postminimalistische werken richtten zich op de lichamelijke betrokkenheid van zowel de kunstenaar als de toeschouwer. De kunst werd lichamelijker en ging soms zelfs in de richting van de performance. Dit kan terug worden gezien in het werk van Richard Serra, wiens “Verb list” (1967–68) een reeks werkwoorden bevatte zoals "gooien," "vallen," "vouwen," die betrekking hadden op acties die hij uitvoerde met materialen in zijn werk. deze lichamelijke betrokkenheid was een radicale breuk met het statische, niet-performatieve karakter van minimalistische kunst.

Invloed en erfenis
Het postminimalisme heeft een blijvende invloed gehad op latere kunststromingen. Veel van de ideeën die postminimalistische kunstenaars introduceerden, zoals de nadruk op proces, toevalligheid en het gebruik van onconventionele materialen, zijn verder ontwikkeld in stromingen zoals land art, conceptuele kunst, arte povera en performance kunst .

Land art
Kunstenaars zoals Robert Smithson en Walter de Maria maakten gebruik van de organische, vergankelijke kwaliteit van het landschap om werken te creëren die zich niet hielden aan de bekende afbakening van sculptuur. Het idee dat kunst op natuurlijke wijze kan reageren op de omgeving en de elementen, was sterk beïnvloed door postminimalistische opvattingen over materialen en tijdelijkheid.

  

Arte povera
In Italië ontwikkelde zich een stroming die werkte met alledaagse, vaak vergankelijke materialen, zoals klei, hout en stof. Kunstenaars zoals Giovanni Anselmo en Mario Merz gebruikten deze materialen om de relatie tussen kunst, natuur en maatschappij te onderzoeken, in een directe dialoog met de ideeën van postminimalistische kunstenaars.

Hedendaagse kunst
Postminimalisme legde de basis voor veel hedendaagse praktijken die experimenteren met materiaal, installatie en de wisselwerking tussen object en ruimte. Kunstenaars als Rachel Whiteread en Sarah Sze bouwen voort op de erfenis van postminimalisten door sculpturen te creëren die afhankelijk zijn van de fysieke en visuele eigenschappen van materialen.

Samenvattend
Postminimalisme markeerde een verschuiving in de kunstwereld waarin kunstenaars zich losmaakten van de rigide regels van het minimalisme en ruimte creëerden voor experimenten met materiaal, vorm en proces. Het benadrukte het tijdelijke, het onvoorspelbare en de lichamelijke betrokkenheid bij het kunstwerk, wat leidde tot een bredere definitie van wat kunst kon zijn. Deze stroming heeft een blijvende invloed gehad op de kunstwereld en blijft een belangrijke bron van inspiratie voor hedendaagse kunstenaars die blijven experimenteren met de grenzen van vorm en materiaal.

Belangrijke kunstenaars van het postminimalisme:
Bruce Nauman

Donald Judd

Eva Hesse

Frank Stella

Giovanni Anselmo

Lynda Benglis

Mario Merz

Rachel Whiteread

Richard Serra

Robert Morris

Robert Smithson

Sarah Sze

Walter de Maria