gerelateerd aan Bindmiddel Dekkracht Glaceren ⓘ Laagdikte ⓘ Licht ⓘ Pigmenten Titaanwit Translucentie ⓘ Transparantie
Glaceren Techniek Glaceren Schilderen met licht dat door de verf heen lijkt te komen Glaceren is een schildertechniek waarbij een kunstenaar dunne, transparante of halftransparante verflagen over reeds gedroogde verf aanbrengt. Iedere nieuwe laag verandert subtiel de kleur van de laag eronder. Daardoor kunnen kleuren een bijzondere diepte en helderheid krijgen zonder dat dikke verf nodig is. De techniek werd veel gebruikt in de Europese schilderkunst en speelde een belangrijke rol bij het schilderen met olieverf. Vooral bij huid, kleding, schaduwen en rijke kleurpartijen konden glacislagen bijzonder verfijnde effecten opleveren. Glaceren vraagt geduld. Een onderliggende verflaag moet voldoende droog zijn voordat een volgende laag wordt aangebracht. De kunstenaar bouwt het uiteindelijke resultaat daardoor stap voor stap op. Glaceren heeft verwantschap met sfumato, maar beide begrippen betekenen niet hetzelfde. Sfumato draait om zachte, bijna onzichtbare overgangen tussen vormen, licht en schaduw. Glaceren is de technische werkwijze waarbij transparante verflagen over elkaar worden aangebracht. Over Glaceren is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.
Licht Begrip Licht Zonder licht bestaat er voor ons geen zichtbare kunst Licht maakt kleur, vorm, ruimte en textuur zichtbaar. Voor beeldend kunstenaars is het daarom veel meer dan alleen iets waarmee een voorstelling wordt verlicht. De richting, sterkte, kleur en verspreiding van licht bepalen in hoge mate hoe we een beeld ervaren. Licht kan van voren, opzij of van achteren komen. Zijlicht benadrukt reliëf en textuur, terwijl tegenlicht sterke silhouetten kan veroorzaken. Met licht en schaduw kan een kunstenaar volume suggereren en de aandacht naar bepaalde delen van een voorstelling leiden. Ook de kleur van licht speelt een rol. Daglicht, kaarslicht en kunstlicht beïnvloeden kleuren ieder op een andere manier. Schilders als Caravaggio, Rembrandt en Vermeer maakten licht zelfs tot een bepalend onderdeel van hun beeldtaal. Wil je verder? Bekijk hetzelfde voorwerp achtereenvolgens bij frontaal licht, zijlicht en tegenlicht. De vorm verandert niet, maar je waarneming wel. Vanuit licht kun je verder naar schaduw, licht-donker, kleur en toonwaarde. Over Licht is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.
Translucentie Materiaal Translucentie Licht komt erdoorheen, maar je kunt er niet helder doorheen kijken Translucentie betekent dat een materiaal een deel van het licht doorlaat, terwijl het licht tegelijkertijd wordt verstrooid. Daardoor blijft wat zich achter het materiaal bevindt vaag of onzichtbaar. Het materiaal is dus niet volledig transparant, maar ook niet helemaal ondoorzichtig. Denk aan melkglas, dun papier, was, albast of bepaalde kunststoffen. Ook verflagen kunnen translucente eigenschappen hebben. Licht dringt dan gedeeltelijk in de laag door en wordt in het materiaal verspreid of teruggekaatst. Dat kan een zachte, soms bijna lichtgevende indruk geven. In schilderkunst is translucentie belangrijk bij het begrijpen van pigmenten, glacislagen en huidtonen. In beeldhouwkunst kan een lichtdoorlatende steen als albast een heel andere werking hebben dan een volledig ondoorzichtig materiaal. Translucentie hangt samen met materiaaldikte, oppervlak en lichtbron. Wil je verder? Vergelijk translucentie met transparantie en opaciteit en onderzoek daarna glaceren, reflectie, lichtbreking en albast. Zo ontdek je wat er gebeurt wanneer licht niet alleen óp, maar ook ín een materiaal werkt. Over Translucentie is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.
Laagdikte Techniek Laagdikte Een fractie van een millimeter kan het uiterlijk van verf veranderen Laagdikte is de dikte van een aangebrachte laag materiaal, bijvoorbeeld verf, inkt, vernis of grondering. Binnen de schilderkunst heeft die dikte grote invloed op kleur, structuur, droogtijd en de manier waarop licht op het oppervlak reageert. Een dunne verflaag kan de ondergrond of een eerdere kleur gedeeltelijk zichtbaar laten. Bij een glacis wordt daarvan bewust gebruikgemaakt. Een dikke verflaag kan juist sterk dekkend zijn en een tastbaar reliëf vormen, zoals bij impasto. Laagdikte beïnvloedt ook het technische gedrag van een schilderij. Een dikke laag olieverf droogt anders dan een dunne laag. Als opeenvolgende lagen verschillend reageren op droging, temperatuur of beweging van de drager, kunnen op termijn barsten of andere beschadigingen ontstaan. Ook bij zeefdruk, vernis en grondering is controle van de laagdikte belangrijk. Wil je verder? Vergelijk glaceren met impasto en onderzoek daarna opaciteit, transparantie, droogtijd en opbouw in lagen. Over Laagdikte is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.