Fundamentele schilderkunst
Fundamentele schilderkunst Wat blijft er over als een schilderij niets meer hoeft voor te stellen? Fundamentele schilderkunst onderzoekt de meest eenvoudige onderdelen van het schilderen zelf: verf, doek, formaat, penseelstreek, kleur, oppervlak en herhaling. Het schilderij hoeft geen landschap, persoon of verhaal af te beelden. Het mag eenvoudigweg een schilderij zijn. Vooral in de jaren zestig en zeventig gingen kunstenaars bewust terug naar deze basis. Ze onderzochten hoe verf wordt aangebracht, hoe een oppervlak reageert en wat herhaling of een minimale verandering met onze waarneming doet. In Nederland werd het begrip bekend door de tentoonstelling Fundamentele Schilderkunst in het Stedelijk Museum Amsterdam in 1975. Kunstenaars als Robert Ryman, Brice Marden, Agnes Martin en Robert Mangold werden met deze internationale ontwikkeling verbonden. Er zijn raakvlakken met minimalisme, conceptuele kunst en monochrome schilderkunst, maar het schilderproces zelf blijft centraal staan. Open de deur naar fundamentele schilderkunst: ontdek Ryman, Marden, raster, monochroom, herhaling en materiaal – en ervaar hoeveel schilderkunst kan vertellen wanneer ze bijna niets afbeeldt.
Aan de muur
Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.
gerelateerd aan
Op mijn tafel
Voor dit object zijn nog geen tekstblokken vastgelegd.