Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

Allan Kaprow

Kunstenaar
Welkom in mijn studeerkamer!

Allan Kaprow De kunstenaar die het kunstwerk liet verdwijnen in het dagelijks leven Allan Kaprow (1927–2006) was een Amerikaanse kunstenaar en theoreticus die vooral bekend werd als een van de grondleggers van de happening. Vanaf het einde van de jaren vijftig maakte hij kunst waarin niet langer een schilderij of beeld centraal stond, maar een gebeurtenis. Publiek, ruimte, geluid, beweging en toevallige handelingen konden allemaal onderdeel van het kunstwerk worden. Kaprow wilde de afstand tussen kunst en het dagelijks leven verkleinen. Gewone activiteiten zoals lopen, eten, praten of het verplaatsen van voorwerpen konden in de juiste context kunst worden. Zijn ideeën hadden grote invloed op performancekunst, conceptuele kunst en latere vormen van participatieve kunst. De relatie met Adrian Piper: Kaprow behoort tot de belangrijke voorlopers van de artistieke omgeving waarin Pipers performances konden ontstaan. Ook Piper gebruikte alledaagse situaties, haar eigen lichaam en reacties van toevallige mensen als materiaal. In haar Catalysis-performances uit de jaren zeventig veranderde bijvoorbeeld een gewone reis door New York in een sociaal experiment. Waar Kaprow vooral de grens tussen kunst en leven onderzocht, gebruikte Piper vergelijkbare middelen steeds nadrukkelijker om identiteit, racisme en maatschappelijke gedragsregels zichtbaar te maken.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

beïnvloedde

beïnvloed door

leerling van

maakte

  • Routine
  • Yard

tijdgenoot van

verbonden met

vertegenwoordigt

  • Performance art

vertegenwoordigt

  • Happening
  • Installatiekunst
  • Performance art

werkte samen met

Assemblage

Techniek

Assemblage Waarom zou een schilder zich beperken tot één keurig opgespannen doek? Assemblage is een kunsttechniek waarbij verschillende materialen en voorwerpen worden samengevoegd tot één kunstwerk. In tegenstelling tot traditionele collage, waarbij vooral relatief vlak materiaal wordt opgeplakt, kan assemblage ook ruimtelijke onderdelen bevatten. Jean-Michel Basquiat beperkte zich niet tot traditioneel schildersdoek. Hij werkte op gevonden materialen en maakte werken op samengestelde houten dragers, deuren en andere ongewone oppervlakken. Daarmee sloot zijn materiaalgebruik aan bij zijn directe en experimentele manier van werken. Voor Basquiat kon vrijwel ieder bruikbaar oppervlak drager van beelden en woorden worden. De bestaande beschadigingen, randen en structuren hoefden daarbij niet verborgen te worden. Ze konden onderdeel worden van het uiteindelijke kunstwerk. Assemblage versterkt daardoor het gevoel dat een kunstwerk letterlijk uit verschillende werelden is opgebouwd. Schilderkunst, tekening, gevonden materiaal en soms collage komen samen. Dat past uitstekend bij Basquiats inhoud. Ook zijn beeldtaal bestaat uit samengevoegde fragmenten: anatomie, geschiedenis, straatcultuur, muziek, woorden en persoonlijke symbolen. Bij hem is niet alleen het beeld gelaagd. Soms is zelfs het voorwerp waarop hij schildert al een verzameling onderdelen.

Over Assemblage is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Participatiekunst

Begrip

Participatiekunst Kunst waarbij de bezoeker onderdeel van het werk wordt Participatiekunst is kunst waarbij het publiek niet alleen kijkt, maar actief deelneemt aan het kunstwerk. De kunstenaar maakt bijvoorbeeld een situatie waarin bezoekers iets toevoegen, veranderen, uitvoeren, bespreken of gezamenlijk tot stand brengen. Daardoor kan het uiteindelijke werk vooraf maar gedeeltelijk vaststaan. Zonder deelnemers ontstaat het soms zelfs helemaal niet. Een gesprek, maaltijd, wandeling, gezamenlijke bouwactiviteit of verzameling persoonlijke verhalen kan onderdeel van het kunstwerk zijn. Vanaf de twintigste eeuw gingen steeds meer kunstenaars experimenteren met deze vorm. Participatiekunst sluit onder andere aan bij performancekunst, happenings, community art en sociale kunstpraktijken. Kunstenaars kunnen participatie gebruiken om onderwerpen als samenwerking, macht, identiteit en maatschappelijke verhoudingen te onderzoeken. Belangrijk is daarbij de vraag hoeveel invloed deelnemers werkelijk krijgen. Alleen aanwezig zijn is iets anders dan daadwerkelijk mede vormgeven aan het werk. Wil je verder? Onderzoek community art en performancekunst en ga daarna naar happening, interactieve kunst, sociale kunstpraktijk, publieksdeelname, samenwerking, performance, installatiekunst, relationele esthetiek, conceptuele kunst en co-creatie.

Over Participatiekunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Environment art

Begrip

Environment art Kunst die niet vóór je staat, maar om je heen ontstaat Environment art is kunst waarbij de kunstenaar een volledige ruimte of omgeving als kunstwerk vormgeeft. De bezoeker kijkt daardoor niet alleen naar een afzonderlijk object, maar bevindt zich letterlijk in of tussen de onderdelen van het werk. Vanaf de jaren vijftig en zestig kreeg deze benadering een belangrijke plaats in de moderne kunst. Kunstenaars combineerden bijvoorbeeld schilderkunst, sculptuur, licht, geluid, gevonden voorwerpen en architectonische elementen tot een samenhangende omgeving. De manier waarop de bezoeker door de ruimte beweegt wordt onderdeel van de ervaring. Environment art ligt dicht bij installatiekunst, maar de historische term benadrukt vooral het ontstaan van een allesomvattende omgeving. Kunstenaars als Allan Kaprow speelden een belangrijke rol bij de ontwikkeling ervan. Vanuit dergelijke experimenten ontstonden ook verbindingen met happenings en participatiekunst. De term moet niet automatisch worden gelijkgesteld aan environmental art, waarbij natuur en ecologische vraagstukken centraal kunnen staan. Wil je verder? Onderzoek installatiekunst en Allan Kaprow en ga daarna naar happening, participatiekunst, ruimtelijke kunst, immersieve kunst, assemblage, performancekunst, site-specific art, publieksdeelname, environmental art en land art.

Over Environment art is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Assemblagekunst

Begrip

Assemblagekunst Wanneer gevonden voorwerpen samen een kunstwerk worden Assemblagekunst is een kunstvorm waarbij bestaande voorwerpen en materialen worden samengevoegd tot een nieuw kunstwerk. In plaats van een beeld uitsluitend te schilderen of uit traditioneel materiaal te hakken, gebruikt de kunstenaar bijvoorbeeld hout, metaal, verpakkingen, meubels, foto's of afgedankte gebruiksvoorwerpen. Assemblage kan worden gezien als een driedimensionale verwant van collage. De techniek ontwikkelde zich vanuit experimenten van kunstenaars die alledaagse objecten een nieuwe betekenis gaven. Dada en het werk van Marcel Duchamp vormden belangrijke voorlopers. In de jaren vijftig en zestig werd assemblage een veelgebruikte werkwijze bij kunstenaars als Robert Rauschenberg, Joseph Cornell en Louise Nevelson. Juist de oorspronkelijke geschiedenis van een gevonden voorwerp kan belangrijk blijven. Een versleten stoel of oude doos draagt immers al sporen en associaties met zich mee. Assemblagekunst maakt zo de grens tussen kunstwerk en alledaags object minder vanzelfsprekend. Wil je verder? Onderzoek collage en objet trouvé en ga daarna naar readymade, Marcel Duchamp, Robert Rauschenberg, Joseph Cornell, Louise Nevelson, found objects, mixed media, Dada, installatiekunst en environment art.

Over Assemblagekunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Experimentele kunst

Begrip

Experimentele kunst Kunst begint soms met niet weten waar je uitkomt Experimentele kunst ontstaat wanneer kunstenaars bewust nieuwe materialen, technieken, werkwijzen of ideeën onderzoeken zonder dat het eindresultaat volledig vaststaat. Het experiment zelf kan daarbij even belangrijk zijn als het uiteindelijke kunstwerk. Kunstenaars kunnen traditionele regels loslaten, ongebruikelijke materialen combineren of toeval toelaten. Verf kan worden gegoten in plaats van met een penseel aangebracht, gevonden voorwerpen kunnen onderdeel van een assemblage worden en publiek kan worden uitgenodigd om aan een werk deel te nemen. Vooral in de twintigste eeuw kreeg experiment een belangrijke plaats binnen stromingen als Dada, Fluxus, performancekunst, conceptuele kunst en experimentele schilderkunst. Toch is experimentele kunst geen afzonderlijke stijl. Experimenteren kan binnen vrijwel iedere kunstvorm voorkomen. Belangrijk is dat experiment niet hetzelfde is als willekeur. De kunstenaar probeert iets uit, kijkt wat er gebeurt en reageert op het resultaat. Wil je verder? Onderzoek experiment en toeval en ga daarna naar Dada, Fluxus, improvisatie, assemblagekunst, mixed media, performancekunst, conceptuele kunst, participatiekunst, experimenteel schilderen en materiaalonderzoek.

Over Experimentele kunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Site-specific kunst

Begrip

Site-specific kunst Kunst die juist voor één plek is bedacht Site-specific kunst is kunst die speciaal voor een bepaalde locatie wordt ontwikkeld. De plaats is daarbij niet alleen een achtergrond voor het kunstwerk, maar vormt een belangrijk onderdeel van de betekenis en ervaring ervan. Een kunstenaar kan reageren op de architectuur, geschiedenis, natuur, bewoners of maatschappelijke functie van een locatie. Dat kan een museumzaal zijn, maar ook een fabriek, kerk, stadsplein, landschap of verlaten gebouw. Verplaats je het werk naar een andere plek, dan verandert de betekenis of gaat een essentieel onderdeel verloren. Vanaf de jaren zestig en zeventig kreeg deze manier van werken meer aandacht, onder andere binnen land art, installatiekunst en conceptuele kunst. Bekende voorbeelden zijn werken van Richard Serra, Robert Smithson en Christo en Jeanne-Claude. Site-specific kunst kan tijdelijk of permanent zijn en varieert van een kleine ingreep tot een compleet veranderde omgeving. Wil je verder? Onderzoek installatiekunst en land art en ga daarna naar environment art, locatiekunst, omgevingskunst, Richard Serra, Robert Smithson, Spiral Jetty, Christo en Jeanne-Claude, openbare ruimte, architectuur en conceptuele kunst.

Over Site-specific kunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Naoorlogse Amerikaanse kunst

Begrip

Naoorlogse Amerikaanse kunst Toen New York een nieuw centrum van de kunstwereld werd Naoorlogse Amerikaanse kunst omvat de kunst die zich in de Verenigde Staten na 1945 ontwikkelde. In deze periode kreeg vooral New York internationaal steeds meer invloed als centrum voor moderne en experimentele kunst. Een van de eerste belangrijke ontwikkelingen was het Abstract Expressionisme, met kunstenaars als Jackson Pollock, Mark Rothko en Willem de Kooning. Daarna volgden onder andere Pop Art, Minimal Art en Conceptuele kunst. Andy Warhol, Roy Lichtenstein, Donald Judd en Carl Andre onderzochten ieder op hun eigen manier nieuwe mogelijkheden voor beeld, materiaal en betekenis. Ook fotografie, performance, happenings, assemblage en installatiekunst kregen een grotere plaats. Kunstenaars gebruikten industriële materialen, populaire cultuur, reclamebeelden en alledaagse voorwerpen en stelden traditionele ideeën over het unieke kunstwerk ter discussie. Naoorlogse Amerikaanse kunst vormt daardoor geen enkele stijl, maar een periode van snelle vernieuwing en experiment. Wil je verder? Onderzoek Abstract Expressionisme en Pop Art en ga daarna naar New York School, Minimal Art, Conceptuele kunst, assemblagekunst, happenings, Jackson Pollock, Mark Rothko, Andy Warhol, Roy Lichtenstein, Donald Judd en Carl Andre.

Over Naoorlogse Amerikaanse kunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Action art

Begrip

Action art Wanneer het maken zelf onderdeel van de kunst wordt Action art is kunst waarbij de handeling van het maken minstens zo belangrijk wordt als het uiteindelijke kunstwerk. Verf aanbrengen, gooien, druppelen, vegen of bewegen kan daardoor zichtbaar onderdeel worden van wat de kunstenaar wil laten ervaren. De term wordt vooral verbonden met de naoorlogse Amerikaanse kunst en het Abstract Expressionisme. Jackson Pollock is het bekendste voorbeeld. Hij legde zijn doeken op de vloer en liet verf erop druppelen en spatten terwijl hij rondom het werk bewoog. Het schilderij werd zo het spoor van een lichamelijke activiteit. Action art ligt dicht bij action painting, maar het idee van kunst als handeling kreeg ook betekenis buiten de schilderkunst. Het vormde een belangrijke stap richting happenings en performancekunst, waarbij soms nauwelijks nog een traditioneel kunstobject nodig was. De aandacht verschuift daarmee van alleen het resultaat naar proces, beweging, tijd en gebaar. Wil je verder? Onderzoek action painting en Jackson Pollock en ga daarna naar Abstract Expressionisme, gebaar, dripping, gestuele schilderkunst, improvisatie, spontaniteit, happening, Allan Kaprow, performancekunst, proceskunst en naoorlogse Amerikaanse kunst.

Over Action art is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

18 Happenings in 6 Parts

Kunstwerk

18 Happenings in 6 Parts Het kunstwerk waarin het publiek niet meer gewoon kon blijven zitten 18 Happenings in 6 Parts was een baanbrekend werk van Allan Kaprow, uitgevoerd in 1959 in de Reuben Gallery in New York. Het geldt als een belangrijk vroeg voorbeeld van de happening. Kaprow verdeelde de galerieruimte met transparante kunststofwanden in verschillende gedeelten. Het publiek kreeg instructies en moest tijdens de uitvoering van plaats veranderen. In zes opeenvolgende delen vonden in totaal achttien gebeurtenissen plaats. Performers voerden eenvoudige handelingen uit, terwijl onder meer geluiden, licht, schilderen, beweging en gesproken tekst werden gebruikt. Er was geen traditioneel verhaal met een duidelijk begin, hoogtepunt en einde. Belangrijker was dat verschillende gebeurtenissen samen een tijdelijke ervaring vormden. De bezoeker werd daardoor meer dan alleen toeschouwer. Met dit werk bracht Kaprow beeldende kunst, theater, geluid, ruimte en publiek samen en hielp hij het begrip happening bekend te maken. Wil je verder? Onderzoek Allan Kaprow en happening en ga daarna naar Reuben Gallery, participatiekunst, performancekunst, environment art, publieksdeelname, experimentele kunst, John Cage, actie, tijd en ruimte.

Over 18 Happenings in 6 Parts is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Fluids

Kunstwerk

Fluids Een kunstwerk van ijs dat voor je ogen verdwijnt Fluids is een werk van Allan Kaprow uit 1967 waarin groepen deelnemers samen een grote rechthoekige constructie van ijsblokken bouwden. Na voltooiing bleef het bouwwerk staan totdat het door warmte en tijd vanzelf smolt. Daarmee keerde Kaprow zich tegen het idee dat een kunstwerk een kostbaar en blijvend object moet zijn. Bij Fluids waren juist samenwerking, handeling, tijd en vergankelijkheid essentieel. Uiteindelijk bleef er van de ijsconstructie nauwelijks iets tastbaars over. De eerste uitvoeringen vonden plaats op verschillende locaties in en rond Los Angeles. Kaprow gaf aanwijzingen voor het werk, waardoor Fluids later opnieuw kon worden uitgevoerd. Iedere uitvoering is daardoor vergelijkbaar, maar nooit precies hetzelfde. Het werk bevindt zich op het grensgebied van happening, participatiekunst, conceptuele kunst en tijdelijke installatie. Het proces is minstens zo belangrijk als het resultaat. Wil je verder? Onderzoek Allan Kaprow en vergankelijkheid en ga daarna naar happening, participatiekunst, ijs, tijdelijke kunst, efemere kunst, proceskunst, publieksdeelname, instructiekunst, site-specific kunst en environment art.

Over Fluids is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Household

Kunstwerk

HouseholdHousehold Een happening waarin alledaagse handelingen kunst werden Household is een happening van Allan Kaprow uit 1964, uitgevoerd met studenten in de omgeving van Ithaca in de staat New York. Het werk laat goed zien hoe Kaprow kunst steeds verder buiten het museum en de galerie bracht. De deelnemers voerden op verschillende plaatsen eenvoudige maar ongebruikelijke handelingen uit. Een groep vrouwen likte bijvoorbeeld jam van een auto, terwijl mannelijke deelnemers een oude auto bewerkten en uiteindelijk in brand staken. Daarna kwamen de groepen samen. De gebeurtenissen vormden geen traditioneel toneelstuk met personages en een doorlopend verhaal. Kaprow gebruikte herkenbare voorwerpen, lichamelijke handelingen en een bestaande omgeving als artistiek materiaal. De betekenis ontstond vooral door deelname, ervaring en het verloop in de tijd. Household maakt duidelijk waarom de happening zo vernieuwend was: het kunstwerk was geen blijvend object, maar een gebeurtenis die na afloop vooral voortbestond in herinneringen, foto's en beschrijvingen. Wil je verder? Onderzoek Allan Kaprow en happening en ga daarna naar participatiekunst, performancekunst, alledaagse handelingen, vergankelijkheid, publieksdeelname, environment art, efemere kunst, proceskunst, experimentele kunst en Fluids.

Over Household is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Autobanden

Materiaal

Autobanden Wanneer afvalmateriaal onderdeel van een kunstwerk wordt Autobanden zijn in de beeldende kunst een opvallend voorbeeld van een alledaags industrieel voorwerp dat als artistiek materiaal kan worden gebruikt. Hun ronde vorm, zwarte rubberen oppervlak, gewicht en herkenbaarheid geven kunstenaars andere mogelijkheden dan traditionele materialen zoals hout, steen of brons. Een bekend voorbeeld is Yard van Allan Kaprow uit 1961. Hij vulde een ruimte bij de Martha Jackson Gallery in New York met grote aantallen gebruikte autobanden. Bezoekers konden ertussen lopen, erop klimmen en banden verplaatsen. De banden vormden daardoor geen traditioneel beeld, maar een omgeving waarin het publiek zelf actief werd. Ook andere kunstenaars gebruiken autobanden vanwege associaties met mobiliteit, industrie, consumptie, afval en hergebruik. Een afgedankte band draagt bovendien zichtbare sporen van gebruik en geschiedenis. Zo kan een gewoon gebruiksvoorwerp door plaatsing en context een nieuw beeldend materiaal worden. Wil je verder? Onderzoek Yard en Allan Kaprow en ga daarna naar rubber, found objects, objet trouvé, assemblagekunst, environment art, participatiekunst, industriële materialen, afvalkunst, hergebruik en installatiekunst.

Over Autobanden is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Plastic folie

Materiaal

Plastic folie Een dun materiaal dat ruimte zichtbaar kan maken Plastic folie is een dunne, flexibele kunststoflaag die in de beeldende kunst zowel praktisch als artistiek kan worden gebruikt. Afhankelijk van de soort kan folie transparant, doorschijnend, gekleurd of vrijwel ondoorzichtig zijn. Vooral vanaf de jaren zestig gingen kunstenaars kunststoffen gebruiken als alternatief voor traditionele materialen. Transparante plastic folie kon bijvoorbeeld een ruimte verdelen zonder het zicht volledig af te sluiten. Daardoor werd het materiaal interessant voor environments, installaties en experimentele kunst. Allan Kaprow gebruikte doorschijnende kunststofbanen bij 18 Happenings in 6 Parts (1959) om de ruimte van de Reuben Gallery in verschillende gedeelten te verdelen. Het publiek kon gebeurtenissen daardoor gedeeltelijk door de afscheidingen heen blijven waarnemen. Plastic folie kan daarnaast worden gespannen, gevouwen, opgehangen, beschilderd of gecombineerd met licht. Kunststoffen kunnen echter verouderen, verkleuren, bros worden of vervormen, wat bij conservering problemen oplevert. Wil je verder? Onderzoek kunststoffen en environment art en ga daarna naar transparantie, installatiekunst, Allan Kaprow, 18 Happenings in 6 Parts, ruimte, licht, synthetische materialen, assemblagekunst, materiaalveroudering en kunstconservering.

Over Plastic folie is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Aluminiumfolie

Materiaal

Aluminiumfolie Een alledaags materiaal dat licht vangt en ruimte verandert Aluminiumfolie is een zeer dun gewalst vel aluminium dat kunstenaars kunnen gebruiken vanwege zijn lichte gewicht, buigzaamheid en sterk reflecterende oppervlak. Het materiaal is vooral bekend uit het dagelijks leven, maar kan juist daardoor interessant worden binnen moderne en experimentele kunst. Folie kan worden gevouwen, gekreukt, gescheurd, gevormd of om voorwerpen heen gewikkeld. Het gladde metaaloppervlak weerkaatst licht, terwijl gekreukelde folie een grillig patroon van hooglichten en schaduwen veroorzaakt. Daardoor kan hetzelfde materiaal zowel strak en industrieel als kwetsbaar en tijdelijk ogen. Vanaf de twintigste eeuw gingen kunstenaars steeds vaker goedkope en industriële materialen gebruiken in assemblages, installaties, environments en mixed media. Aluminiumfolie past goed binnen die ontwikkeling: het hoeft niet eerst tot een traditioneel kunstmateriaal te worden verheven. Door zijn geringe dikte is folie wel kwetsbaar voor scheuren, kreuken en beschadiging. Wil je verder? Onderzoek aluminium en industriële materialen en ga daarna naar metaal, reflectie, glans, oppervlak, assemblagekunst, mixed media, installatiekunst, environment art, found objects, lichtkunst en materiaalonderzoek.

Over Aluminiumfolie is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Lampen

Materiaal

Lampen Wanneer de lichtbron zelf onderdeel van het kunstwerk wordt Lampen zijn in de beeldende kunst niet alleen hulpmiddelen om een kunstwerk te verlichten. Vanaf de twintigste eeuw gingen kunstenaars lampen, gloeilampen, tl-buizen, neon en later ledverlichting steeds vaker als onderdeel van het kunstwerk zelf gebruiken. Licht kan een ruimte verdelen, kleuren veranderen, schaduwen veroorzaken of de aandacht van de bezoeker sturen. In installatiekunst, environment art en lichtkunst wordt daardoor niet alleen het object belangrijk, maar ook de manier waarop de omgeving wordt ervaren. Kunstenaars als Dan Flavin maakten van bestaande fluorescentielampen het belangrijkste materiaal van hun kunst. Bij happenings en performances kunnen lampen bovendien aan- en uitgaan als onderdeel van een reeks gebeurtenissen. Het licht verandert dan niet alleen wat zichtbaar is, maar wordt zelf een handeling in de tijd. Ook de kleur, richting en sterkte van een lamp beïnvloeden de ervaring. Wil je verder? Onderzoek lichtkunst en Dan Flavin en ga daarna naar lichtbron, kunstlicht, fluorescentielamp, neonkunst, ledverlichting, lichtkleur, lichtval, schaduw, installatiekunst, environment art en performancekunst.

Over Lampen is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Publieksparticipatie

Begrip

Publieksparticipatie Wanneer de bezoeker niet alleen kijkt, maar meedoet Publieksparticipatie betekent dat bezoekers actief betrokken worden bij een kunstwerk of artistieke gebeurtenis. Zij blijven niet op afstand staan, maar voeren bijvoorbeeld een handeling uit, verplaatsen voorwerpen, leveren materiaal aan, reageren op anderen of helpen het werk vorm te geven. Vanaf de jaren vijftig en zestig werd deze actieve rol steeds belangrijker binnen happenings, performancekunst en environments. Allan Kaprow liet bezoekers bijvoorbeeld door ruimtes bewegen, instructies volgen of deelnemen aan activiteiten. Het kunstwerk werd daarmee iets wat mede door het publiek gebeurde. Publieksparticipatie kan verschillende niveaus hebben. Soms bepaalt de kunstenaar vrijwel alles en voert het publiek alleen een opdracht uit. In andere projecten krijgen deelnemers juist veel invloed op het verloop en het uiteindelijke resultaat. Daarmee ontstaat een interessante vraag: wie maakt het kunstwerk eigenlijk? De kunstenaar die het idee bedenkt, of ook iedereen die eraan deelneemt? Wil je verder? Onderzoek participatiekunst en happening en ga daarna naar Allan Kaprow, interactieve kunst, performancekunst, environment art, co-creatie, sociale kunstpraktijk, instructiekunst, Event Score, publieksinteractie en kunst en dagelijks leven.

Over Publieksparticipatie is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Op mijn tafel

18 Happenings in 6 Parts — een kunstwerk waar je middenin zat

Definitie
18 Happenings in 6 Parts — een kunstwerk waar je middenin zat Op 4 oktober 1959 gebeurde in de Reuben Gallery in New York iets dat achteraf een belangrijk moment in de geschiedenis van de performancekunst zou blijken. Allan Kaprow presenteerde er 18 Happenings in 6 Parts. Bezoekers kregen geen traditionele tentoonstelling te zien. De ruimte was met doorschijnende plastic wanden verdeeld in verschillende gedeelten. Het publiek kreeg aanwijzingen waar het moest zitten en wanneer het van plaats moest veranderen. Vervo…

18 Happenings in 6 Parts — een kunstwerk waar je middenin zat

18 Happenings in 6 Parts — een kunstwerk waar je middenin zat

Op 4 oktober 1959 gebeurde in de Reuben Gallery in New York iets dat achteraf een belangrijk moment in de geschiedenis van de performancekunst zou blijken.

Allan Kaprow presenteerde er 18 Happenings in 6 Parts.

Bezoekers kregen geen traditionele tentoonstelling te zien. De ruimte was met doorschijnende plastic wanden verdeeld in verschillende gedeelten. Het publiek kreeg aanwijzingen waar het moest zitten en wanneer het van plaats moest veranderen.

Vervolgens begonnen gebeurtenissen.

Mensen liepen, spraken, schilderden, maakten geluid of voerden eenvoudige handelingen uit. Licht ging aan en uit. Geluidsfragmenten klonken. Verschillende acties vonden tegelijkertijd plaats.

Het merkwaardige was dat niemand één ideale plaats had vanwaar het complete kunstwerk bekeken kon worden.

Iedere bezoeker maakte daardoor een andere versie mee.

Kaprow noemde dergelijke gebeurtenissen Happenings. MoMA schrijft hem het ontstaan van die term toe en beschrijft 18 Happenings in 6 Parts als een tijdgebonden, gescript en geregisseerd werk waarin onder andere theater, installatie, schilderkunst, geluid, simultane gebeurtenissen en deelname van het publiek samenkwamen.

Daarmee veranderde ook de positie van de bezoeker. In een museum staat iemand normaal gesproken buiten het kunstwerk en kijkt ernaar. Bij Kaprow zat de bezoeker er middenin.

Dat maakt 18 Happenings in 6 Parts voor KunstCore een uitstekend zelfstandig object. Het opent deuren naar Happening, performancekunst, publieksparticipatie, Reuben Gallery, John Cage, Robert Rauschenberg, experimenteel theater, installatiekunst en kunst als gebeurtenis.

Yard — van galerie naar autobandenberg

In 1961 vulde Allan Kaprow de binnenplaats van de Martha Jackson Gallery in New York met gebruikte autobanden.

Het resultaat heette Yard.

Voor een bezoeker moet het vreemd zijn geweest. In plaats van zorgvuldig opgestelde schilderijen of sculpturen lag er een chaotische massa banden. Men mocht er bovendien niet alleen naar kijken. Bezoekers konden over de banden klimmen, erin stappen en ze verplaatsen.

Daardoor veranderde het kunstwerk voortdurend.

De autoband had nauwelijks artistieke waarde als kostbaar materiaal. Hij was al gebruikt en afkomstig uit het dagelijks leven. Juist dat interesseerde Kaprow. Kunst hoefde volgens hem niet gemaakt te worden van brons, marmer of verf. De wereld leverde al meer dan genoeg materialen.

Nog belangrijker was wat de bezoeker ermee deed.

Het eigen lichaam werd onderdeel van het werk. Wie over de banden klom, veranderde tegelijkertijd de compositie.

Yard vormt daardoor een belangrijke schakel tussen assemblage, environment, installatiekunst en participatiekunst. Het laat bijna letterlijk zien hoe Kaprows kunst van een voorwerp veranderde in een omgeving en vervolgens in een gebeurtenis.

Fluids — een kunstwerk dat vanzelf verdwijnt

Een kunstwerk wordt meestal gemaakt om te blijven bestaan.

Allan Kaprow bedacht het tegenovergestelde.

Voor Fluids uit 1967 werden honderden rechthoekige ijsblokken gebruikt om tijdelijke bouwsels te maken. De deelnemers stapelden de blokken op tot grote, eenvoudige constructies.

Daarna gebeurde het onvermijdelijke.

Het ijs begon te smelten.

De muren verloren hun vorm, zakten in elkaar en verdwenen uiteindelijk volledig. Wat overbleef was water en de herinnering aan wat er was gebeurd.

Daarmee stelde Kaprow een fundamentele vraag over kunst. Waarom zou een kunstwerk eeuwig moeten blijven bestaan?

Bij Fluids lag de betekenis juist in het bouwen, samenwerken, wachten en verdwijnen. Niet het blijvende object maar de ervaring was belangrijk.

Het werk kan bovendien opnieuw worden uitgevoerd zonder dat er één onaantastbaar origineel bestaat. Het Getty Research Institute heeft zulke heruitvoeringen gebruikt om te onderzoeken wat het betekent om Kaprows tijdelijke kunst opnieuw tot leven te brengen.

wanneer het dagelijks leven kunst wordt

Beschrijving
Allan Kaprow wanneer het dagelijks leven kunst wordt Allan Kaprow (1927–2006) was een Amerikaanse kunstenaar, theoreticus en docent die een beslissende rol speelde in het ontstaan van happenings, performancekunst en installatiekunst. Zijn belangrijkste bijdrage was misschien niet één beroemd kunstwerk, maar een radicaal idee: kunst hoefde niet langer een voorwerp te zijn. Een gebeurtenis, handeling, ruimte of alledaagse ervaring kon eveneens kunst worden. Kaprow begon zijn carrière als schilder. In de jaren veertig…

wanneer het dagelijks leven kunst wordt

Allan Kaprow
wanneer het dagelijks leven kunst wordt

Allan Kaprow (1927–2006) was een Amerikaanse kunstenaar, theoreticus en docent die een beslissende rol speelde in het ontstaan van happenings, performancekunst en installatiekunst. Zijn belangrijkste bijdrage was misschien niet één beroemd kunstwerk, maar een radicaal idee: kunst hoefde niet langer een voorwerp te zijn. Een gebeurtenis, handeling, ruimte of alledaagse ervaring kon eveneens kunst worden.

Kaprow begon zijn carrière als schilder. In de jaren veertig studeerde hij bij Hans Hofmann, een invloedrijke vertegenwoordiger van het abstract expressionisme. Vooral het werk van Jackson Pollock maakte grote indruk op hem. Pollock schilderde niet rustig vanaf één vaste positie, maar bewoog rondom zijn doek. Voor Kaprow werd daardoor niet alleen het uiteindelijke schilderij interessant, maar ook de handeling van het schilderen zelf.

Kaprow trok deze gedachte steeds verder door. Eerst maakte hij collages en assemblages waarin allerlei materialen werden gecombineerd. Daarna groeiden deze werken uit tot volledige ruimtes, die hij environments noemde. Hij gebruikte daarbij gewone en goedkope materialen, zoals plastic folie, aluminiumfolie, lampjes, kranten, autobanden en andere dagelijkse voorwerpen. De bezoeker stond niet langer vóór een kunstwerk, maar bevond zich er middenin.

Een tweede belangrijke invloed was componist John Cage. Kaprow volgde diens lessen in experimentele compositie aan de New School in New York. Cage liet zien dat toeval, geluid, stilte en gebeurtenissen uit het gewone leven deel van een kunstwerk konden worden.

In 1959 organiseerde Kaprow in de Reuben Gallery in New York zijn beroemde 18 Happenings in 6 Parts. Bezoekers kregen instructies en werden verdeeld over verschillende ruimtes. Er vonden tegelijkertijd handelingen plaats met beweging, licht, geluid, schilderen, gesproken tekst en alledaagse activiteiten. Het publiek was daarmee niet alleen toeschouwer, maar onderdeel van het gebeuren. De eerste uitvoering vond plaats op 4 oktober 1959.

Kaprow gebruikte voor dergelijke kunst de term Happening. Het begrip kreeg snel navolging en werd internationaal gebruikt voor tijdelijke kunstgebeurtenissen waarin handeling, improvisatie en deelname belangrijker waren dan een blijvend kunstobject.

Een bekend ander project is Yard uit 1961. Kaprow vulde een binnenplaats van de Martha Jackson Gallery in New York met honderden autobanden. Bezoekers mochten eroverheen lopen, ze verplaatsen en ermee spelen. Het kunstwerk veranderde voortdurend door hun aanwezigheid.

Later werden Kaprows werken steeds eenvoudiger en alledaagser. In plaats van grote publieke happenings ontwikkelde hij zogenaamde Activities: kleine, vaak intieme handelingen die nauwelijks nog van het gewone leven te onderscheiden waren. Twee mensen konden bijvoorbeeld tegelijk lopen, ademen, water dragen of elkaar spiegelen.

Kaprow wilde daarmee de grens tussen kunst en leven steeds verder laten verdwijnen. In zijn theoretische teksten stelde hij dat deze grens zo beweeglijk en onduidelijk mogelijk moest worden.

Zijn invloed is enorm. Participatiekunst, performancekunst, installatiekunst, relational art en veel hedendaagse kunstprojecten waarin publiek actief moet deelnemen, bouwen voort op vragen die Kaprow al in de jaren vijftig en zestig stelde.

Bij Allan Kaprow wordt uiteindelijk een heel eenvoudige vraag verrassend moeilijk: wanneer begint kunst, en wanneer is iets gewoon leven?

Gereedschapskist

Materialen

Technieken