Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

rimpelen

Techniek
Welkom in mijn studeerkamer!

Rimpelen Wanneer een verflaag zijn gladde oppervlak verliest Rimpelen is een verschijnsel waarbij een verflaag tijdens of na het drogen een geplooid, gerimpeld of huidachtig oppervlak krijgt. Het komt vooral voor bij olieverf en andere verven die door chemische reactie met zuurstof uitharden. Een belangrijke oorzaak is een te dikke verflaag. De buitenkant kan al een huid vormen terwijl de verf daaronder nog zacht is. Wanneer de onderste laag verder droogt en beweegt, kan de bovenste huid gaan rimpelen. Ook een onjuiste verhouding tussen pigment, olie, medium en droogmiddelen kan het effect versterken. Rimpelen kan een technisch probleem zijn, maar een onregelmatige verfstructuur kan ook bewust worden gebruikt als onderdeel van het kunstwerk. Voor restauratoren vertelt zo'n oppervlak bovendien iets over materiaalgebruik en schildertechniek. Wil je verder? Vergelijk rimpelen met craquelé, krakeleren en impasto. Kijk vervolgens naar oude olieverfschilderijen: hun oppervlak kan verrassend veel vertellen over hoe ze zijn gemaakt en verouderd.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

gerelateerd aan

gerelateerd aan

  • Restauratie van kunstwerken

Olieverf

Techniek

Olieverf Van een klodder gekleurde pasta naar vijf eeuwen meesterwerken Olieverf is een van de belangrijkste materialen uit de geschiedenis van de schilderkunst. Pigment wordt gemengd met een drogende olie, meestal lijnolie. Daardoor ontstaat verf die langzaam droogt en kunstenaars veel mogelijkheden geeft om kleuren te mengen, lagen over elkaar aan te brengen en kleine details uit te werken. Juist die lange droogtijd werd een kracht. Schilders kunnen zachte overgangen maken, transparante glacislagen gebruiken of juist dikke klodders verf aanbrengen. Van de verfijnde schilderijen van Jan van Eyck en Rembrandt tot de krachtige penseelstreken van Vincent van Gogh: allemaal ontstonden ze met hetzelfde basisprincipe. Olieverf veranderde bovendien mee met de kunstenaar. Verf in tubes maakte buiten schilderen in de negentiende eeuw veel gemakkelijker. Open de deur naar olieverf: ontdek pigmenten, lijnolie, glaceren, impasto, paletmessen, schildersdoek en kunstenaars die met een paar kleuren een compleet nieuwe wereld konden schilderen.

Met dunne laagjes olieverf kon Van der Neer zelfs maanlicht laten gloeien

Beschrijving
Olieverf
Met dunne laagjes verf kon Van der Neer zelfs maanlicht laten gloeien

Olieverf bestaat uit pigment dat met een drogende olie, vaak lijnolie, wordt vermengd. De techniek biedt schilders grote mogelijkheden om transparante en dekkende verflagen te combineren. Daardoor kunnen subtiele kleurovergangen, diepe schaduwen en bijzondere lichteffecten worden opgebouwd.

Voor Aert van der Neer waren deze eigenschappen bijzonder belangrijk. Zijn landschappen spelen vaak met moeilijke lichtsituaties: maanlicht, schemering, zonsondergangen en donkere wolkenluchten.

Door verschillende verflagen over elkaar aan te brengen kon hij donkere partijen diepte geven en tegelijkertijd lichtere gedeelten laten oplichten. Transparante lagen konden kleuren verdiepen zonder onderliggende verf volledig te bedekken.

Technisch onderzoek heeft bovendien laten zien dat Van der Neer soms in nog natte verf kraste, waardoor een lichtere onderliggende laag opnieuw zichtbaar werd. Zo konden kleine lichtaccenten ontstaan.

Olieverf was voor Van der Neer dus veel meer dan eenvoudig kleurmateriaal. De eigenschappen van de verf hielpen hem het ongrijpbare te schilderen: licht dat door wolken breekt, over water glijdt en langzaam in de duisternis verdwijnt.

Impasto

Techniek

Dikke verf maakt van een plat schilderij bijna een tastbaar oppervlak Impasto is een schildertechniek waarbij verf relatief dik wordt aangebracht, zodat penseelstreken en soms zelfs afzonderlijke klodders verf zichtbaar blijven. Hierdoor ontstaat reliëf. Licht dat op het schilderij valt, wordt door deze oneffenheden op verschillende manieren gereflecteerd. Carel Fabritius leerde tijdens zijn verblijf in het atelier van Rembrandt hoe effectief zo'n levendige verfbehandeling kon zijn. Rembrandt gebruikte dikke verf bijvoorbeeld voor lichte delen van gezichten, kleding en glanzende voorwerpen. Fabritius nam dergelijke mogelijkheden over, maar ontwikkelde vervolgens een lichtere, meer persoonlijke schilderwijze. In Het puttertje is goed te zien hoe Fabritius met betrekkelijk vrije penseelstreken veren, licht en materiaal suggereert. Niet ieder veertje wordt afzonderlijk geschilderd. Verfstreken vormen samen de indruk van een vogel. Impasto kan daardoor meer doen dan structuur toevoegen. De techniek maakt de handeling van het schilderen zichtbaar. Wie een schilderij van dichtbij bekijkt, ontdekt verfstreken; op enige afstand veranderen dezelfde streken in licht, veren, huid of stof.

Over Impasto is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Drogende olie

Materiaal

Drogende olie Een vloeibare olie die uiteindelijk een stevige verflaag wordt Drogende olie is een plantaardige olie die door contact met zuurstof langzaam uithardt tot een vaste laag. De olie verdampt dus niet simpelweg. Door oxidatie en andere chemische reacties ontstaat een netwerk dat pigmentdeeltjes bij elkaar houdt. Daardoor is drogende olie een belangrijk bindmiddel voor olieverf. De bekendste is lijnolie, maar ook walnootolie, papaverolie en saffloerolie worden gebruikt. Ze verschillen onder andere in droogtijd, kleur, vergeling en sterkte van de uiteindelijke verflaag. Lijnolie droogt relatief goed en vormt een sterke laag, maar kan na verloop van tijd vergelen. De keuze en hoeveelheid olie beïnvloeden hoe verf vloeit, glanst en droogt. Ook het traditionele principe vet over mager hangt hiermee samen: bovenliggende verflagen moeten voldoende flexibel blijven ten opzichte van de lagen eronder. Wil je verder? Bekijk lijnolie, papaverolie, saffloerolie, bindmiddel en vet over mager en ontdek hoe belangrijk olie is voor de opbouw van een schilderij.

Over Drogende olie is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Schildermedium

Materiaal

Schildermedium Wat je aan verf toevoegt, kan veranderen hoe een schilderij ontstaat Een schildermedium is een stof of mengsel dat aan verf wordt toegevoegd om de verwerking en eigenschappen van de verf te beïnvloeden. Een medium kan verf bijvoorbeeld vloeibaarder, transparanter, glanzender of juist dikker maken. Ook droogtijd en penseelvoering kunnen veranderen. Bij olieverf bestaan traditionele media onder andere uit drogende olie en soms hars of oplosmiddel. Lijnolie maakt verf doorgaans vetter en soepeler, terwijl een oplosmiddel de verf tijdelijk dunner kan maken maar zelf geen bindmiddel toevoegt. Moderne schildermedia zijn vaak speciaal samengesteld voor een bepaalde toepassing. Ook voor acrylverf bestaan allerlei media. Daarmee kunnen kunstenaars transparante lagen, dikke structuren of een andere glans bereiken zonder de verf simpelweg sterk met water te verdunnen. Een medium is dus meer dan een verdunner. Verkeerd of overmatig gebruik kan bovendien de duurzaamheid van een verflaag beïnvloeden. Wil je verder? Vergelijk lijnolie, drogende olie, verdunner, retarder en impastomedium en ontdek hoe ieder medium het gedrag van verf op een andere manier verandert.

Over Schildermedium is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Droogtijd

Techniek

Droogtijd Soms bepaalt wachten net zo veel als schilderen Droogtijd is de periode die een verf, inkt, lijm of andere laag nodig heeft voordat deze voldoende droog of uitgehard is om verder te kunnen werken. Hoe lang dat duurt, hangt af van materiaal, laagdikte, temperatuur, luchtvochtigheid en gebruikte toevoegingen. Niet ieder materiaal droogt op dezelfde manier. Water uit aquarel en acrylverf kan grotendeels verdampen, terwijl olieverf door oxidatie uithardt. Een dikke olieverflaag kan aan het oppervlak al droog lijken terwijl het materiaal eronder nog zacht is. Dat maakt de opbouw van verflagen belangrijk. Kunstenaars kunnen de droogtijd beïnvloeden met bijvoorbeeld een retarder, drogende olie of ander schildermedium. Sneller is daarbij niet automatisch beter. Een verkeerde laagopbouw kan later rimpeling, barsten of slechte hechting veroorzaken. Droogtijd is dus niet alleen praktisch wachten, maar onderdeel van de techniek. Wil je verder? Vergelijk olieverf, acrylverf en aquarel en ontdek daarna retarder, drogende olie, vet over mager en rimpelen.

Over Droogtijd is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Laagdikte

Techniek

Laagdikte Een fractie van een millimeter kan het uiterlijk van verf veranderen Laagdikte is de dikte van een aangebrachte laag materiaal, bijvoorbeeld verf, inkt, vernis of grondering. Binnen de schilderkunst heeft die dikte grote invloed op kleur, structuur, droogtijd en de manier waarop licht op het oppervlak reageert. Een dunne verflaag kan de ondergrond of een eerdere kleur gedeeltelijk zichtbaar laten. Bij een glacis wordt daarvan bewust gebruikgemaakt. Een dikke verflaag kan juist sterk dekkend zijn en een tastbaar reliëf vormen, zoals bij impasto. Laagdikte beïnvloedt ook het technische gedrag van een schilderij. Een dikke laag olieverf droogt anders dan een dunne laag. Als opeenvolgende lagen verschillend reageren op droging, temperatuur of beweging van de drager, kunnen op termijn barsten of andere beschadigingen ontstaan. Ook bij zeefdruk, vernis en grondering is controle van de laagdikte belangrijk. Wil je verder? Vergelijk glaceren met impasto en onderzoek daarna opaciteit, transparantie, droogtijd en opbouw in lagen.

Over Laagdikte is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Verflaag

Techniek

Verflaag Iedere laag vertelt iets over hoe een schilderij is opgebouwd Een verflaag is een laag verf die op een ondergrond of op een eerdere verflaag is aangebracht. Een schilderij kan uit één directe verflaag bestaan, maar ook uit een ingewikkelde opeenvolging van verschillende lagen. Bij een traditionele schildertechniek kan boven de grondering eerst een ondertekening of onderschildering komen. Daarover brengt de kunstenaar verdere kleurlagen aan. Dunne transparante glacislagen kunnen de kleur verdiepen, terwijl dikke pasteuze lagen juist een zichtbaar reliëf vormen. De dikte, transparantie en samenstelling van iedere verflaag beïnvloeden daardoor het uiteindelijke beeld. Ook de volgorde van de lagen is belangrijk. Bij olieverf moet rekening worden gehouden met het drogen en de flexibiliteit van verschillende verflagen. Oude lagen kunnen bovendien barsten, verkleuren of loslaten. Technisch kunstonderzoek kan soms verborgen verflagen zichtbaar maken. Wil je verder? Onderzoek onderschildering, glacis en impasto en ga daarna naar grondering, laagdikte, hechting, droogtijd, craquelé en technisch kunstonderzoek.

Over Verflaag is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Droogproces

Techniek

Droogproces Een verflaag kan droog lijken terwijl er vanbinnen nog van alles gebeurt Het droogproces is de verandering waardoor verf, inkt, lijm of vernis van een natte naar een vaste toestand overgaat. Hoe dat gebeurt, hangt sterk af van het gebruikte materiaal. Bij aquarel en veel acrylmaterialen speelt verdamping van water een belangrijke rol. Acrylverf vormt daarbij uiteindelijk een samenhangende polymeerfilm. Olieverf droogt anders: drogende oliën reageren met zuurstof en vormen door chemische veranderingen geleidelijk een vaste verflaag. Dit proces kan veel langer doorgaan dan aan het oppervlak zichtbaar is. Laagdikte, temperatuur, luchtvochtigheid, pigment en bindmiddel beïnvloeden de droogtijd. Ook toevoegingen zoals retarders of siccatieven kunnen het proces vertragen of versnellen. Voor kunstenaars is kennis van het droogproces belangrijk bij laagopbouw, overschilderen en conservering. Te snel verder werken kan soms problemen veroorzaken. Wil je verder? Onderzoek droogtijd, verdamping en oxidatie en ga daarna naar drogende olie, acrylpolymeer, siccatief, retarder, laagdikte en verflaag.

Over Droogproces is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Craquelé

Materiaal

Craquelé Een netwerk van barstjes kan de geschiedenis van een schilderij zichtbaar maken Craquelé is een patroon van fijne barstjes in een verf-, grond- of vernislaag. Het komt veel voor bij oudere schilderijen en ontstaat doordat de verschillende materialen van een kunstwerk in de loop van de tijd veranderen en bewegen. Oorzaken kunnen liggen in veroudering, droogprocessen, krimp, temperatuur- en vochtwisselingen of verschillen in flexibiliteit tussen opeenvolgende lagen. Ook de gebruikte schildertechniek en ondergrond spelen een rol. Craquelé kan daardoor verschillende patronen en afmetingen hebben. Voor technisch kunstonderzoek kan zo'n barstenpatroon interessante informatie geven over materiaalgebruik en de geschiedenis van een schilderij. Craquelé is echter geen eenvoudige ouderdomstest: barsten kunnen ook kunstmatig ontstaan of door beschadiging worden veroorzaakt. Een oud craquelé hoeft bovendien niet automatisch te worden hersteld. Stabiele ouderdomssporen kunnen onderdeel zijn geworden van het historische karakter van een werk. Wil je verder? Onderzoek veroudering, verflaag en laagopbouw en ga daarna naar droogproces, hechting, vernis, kunstconservering en technisch kunstonderzoek.

Over Craquelé is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Op mijn tafel

Voor dit object zijn nog geen tekstblokken vastgelegd.