Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

Jugendstil

Kunststroming
Welkom in mijn studeerkamer!

Jugendstil Wat gebeurt er als bloemen, lijnen en gebouwen samen beginnen te bewegen? Jugendstil is een kunst- en vormgevingsstijl die rond 1890 ontstond en tot het begin van de twintigste eeuw populair bleef. De naam komt van het Duitse tijdschrift Jugend. Internationaal bestaan verwante benamingen zoals Art Nouveau, Modern Style en Secessionstil. Kenmerkend zijn sierlijke golvende lijnen, planten, bloemen, insecten, vogels en gestileerde menselijke figuren. Kunstenaars wilden kunst niet beperken tot schilderijen en beelden. Ook meubels, affiches, sieraden, glaswerk, boeken en complete gebouwen konden onderdeel worden van één artistiek geheel. Bekende vertegenwoordigers zijn Alphonse Mucha, Gustav Klimt, Aubrey Beardsley, Henry van de Velde en architect Victor Horta. In Nederland kreeg de stijl een eigen karakter in grafische vormgeving, architectuur en toegepaste kunst. Jugendstil ontstond mede als reactie op historische stijlimitatie en industriële massaproductie. Kunstenaars zochten naar een moderne beeldtaal waarin vakmanschap en vormgeving opnieuw belangrijk werden. Daarmee vervaagde een oude grens: waar eindigt gebruiksvoorwerp en waar begint kunst?

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

is verbonden met

verbonden met

Op mijn tafel

Jugendstil en Art Nouveau – familie met een eigen karakter

Beschrijving
Jugendstil en Art Nouveau – familie met een eigen karakter Jugendstil en Art Nouveau worden vaak als synoniemen gebruikt. Dat is begrijpelijk, want beide ontstonden rond 1890 en beleefden hun hoogtepunt in de jaren rond 1900. Toch zijn de begrippen niet helemaal hetzelfde. Art Nouveau kan worden gezien als de internationale vernieuwingsbeweging, terwijl Jugendstil vooral de naam werd voor de varianten die zich in Duitsland en andere delen van Midden-Europa ontwikkelden. Ze delen dezelfde oorsprong en idealen, maar…

Jugendstil en Art Nouveau – familie met een eigen karakter

Jugendstil en Art Nouveau – familie met een eigen karakter

Jugendstil en Art Nouveau worden vaak als synoniemen gebruikt. Dat is begrijpelijk, want beide ontstonden rond 1890 en beleefden hun hoogtepunt in de jaren rond 1900. Toch zijn de begrippen niet helemaal hetzelfde. Art Nouveau kan worden gezien als de internationale vernieuwingsbeweging, terwijl Jugendstil vooral de naam werd voor de varianten die zich in Duitsland en andere delen van Midden-Europa ontwikkelden. Ze delen dezelfde oorsprong en idealen, maar kregen regionaal een eigen uiterlijk.

breken met het verleden

Aan het einde van de negentiende eeuw waren veel kunstenaars en ontwerpers ontevreden over het voortdurend herhalen van historische stijlen. Architecten grepen terug op gotiek, renaissance en barok, terwijl de industriële productie steeds meer goedkope versieringen mogelijk maakte. Een nieuwe tijd vroeg volgens vernieuwers om een nieuwe kunst.

Art Nouveau en Jugendstil wilden daarom kunst en dagelijks leven dichter bij elkaar brengen. Een gebouw, stoel, affiche, lamp, boekomslag of sieraad kon volgens deze gedachte even serieus ontworpen worden als een schilderij of beeldhouwwerk. Kunst moest niet alleen in musea hangen, maar onderdeel worden van de leefomgeving.

de natuur als inspiratiebron

De opvallendste overeenkomst is het gebruik van vormen uit de natuur. Bloemen, bladeren, plantenstengels, vogels, insecten en vrouwelijke figuren verschijnen voortdurend in ontwerpen. Vooral binnen de Franse en Belgische Art Nouveau ontstonden sierlijke, golvende lijnen die lijken te groeien en bewegen. Deze karakteristieke lijn wordt soms vergeleken met de slag van een zweep en staat bekend als de whiplash line.

Een beroemd voorbeeld is de architectuur van Victor Horta in Brussel. Constructie en versiering lijken daar bijna organisch in elkaar over te vloeien. Ook de Parijse metro-ingangen van Hector Guimard tonen hoe metaal de vorm van groeiende planten kon aannemen.

jugendstil krijgt een eigen gezicht

De naam Jugendstil is afkomstig van het Duitse tijdschrift Jugend, dat vanaf 1896 in München verscheen. Aanvankelijk vertoonde de Duitse Jugendstil veel van dezelfde sierlijke en organische kenmerken als de Art Nouveau. Geleidelijk ontstond echter een wat strakkere richting.

Vooral in Duitsland, Oostenrijk en de omgeving van Wenen kregen geometrische vormen, herhaling en duidelijke vlakverdelingen meer betekenis. Daardoor kan Jugendstil soms zakelijker en constructiever ogen dan de uitbundige Franse of Belgische Art Nouveau.

Dat verschil is echter geen harde grens. Ook binnen Art Nouveau bestonden geometrische ontwerpen en binnen Jugendstil kwamen uitbundige plantenmotieven voor. Het gaat eerder om regionale accenten binnen een brede internationale vernieuwingsbeweging.

van totaalkunstwerk tot gebruiksvoorwerp

Een belangrijk gemeenschappelijk ideaal was het Gesamtkunstwerk: verschillende kunstvormen moesten samen één geheel vormen. Een architect ontwierp bijvoorbeeld niet alleen een huis, maar bemoeide zich ook met meubels, lampen, deurknoppen, glas-in-loodramen en wanddecoraties.

Daarmee vervaagde de traditionele grens tussen zogenaamde hoge kunst en toegepaste kunst. Affiches, typografie, keramiek, glaswerk en meubels werden belangrijke terreinen voor artistieke vernieuwing. Kunstenaars als Alphonse Mucha maakten illustratie en affichekunst tot herkenbare onderdelen van de nieuwe beeldtaal.

één beweging, verschillende namen

Het verschil tussen Jugendstil en Art Nouveau zit uiteindelijk vooral in geografie, ontwikkeling en accent. Art Nouveau is de bekendste internationale benaming en wordt sterk verbonden met Frankrijk en België. Jugendstil verwijst vooral naar de Duitse en Midden-Europese verschijningsvormen van dezelfde vernieuwingsdrang.

De overeenkomst is belangrijker dan het verschil: beide wilden rond 1900 een eigentijdse kunst ontwikkelen waarin architectuur, vormgeving, natuur en dagelijks leven samenkwamen. Juist doordat kunstenaars in verschillende landen die idealen anders uitwerkten, ontstond geen uniforme stijl maar een kleurrijke familie van verwante stijlen. Jugendstil en Art Nouveau zijn daardoor het best te begrijpen als twee nauw verbonden gezichten van de grote artistieke vernieuwingsgolf rond 1900.