Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

De Nederlandse Informele Groep

Kunststroming
Welkom in mijn studeerkamer!

De Nederlandse Informele Groep Vrij schilderen zonder vastomlijnd plan De Nederlandse Informele Groep ontstond in 1958 en bracht kunstenaars samen die afstand wilden nemen van herkenbare voorstellingen en vooraf bedachte composities. Tot de groep behoorden Armando, Henk Peeters, Jan Schoonhoven, Kees van Bohemen en Jan Henderikse. Hun belangstelling ging uit naar een vrije, directe manier van werken. Verf, materiaal, beweging en toeval konden belangrijker worden dan een herkenbaar onderwerp. Daarmee sloot de groep aan bij internationale ontwikkelingen rond Art informel en de naoorlogse abstracte kunst. De samenwerking duurde slechts enkele jaren. Rond 1960 begonnen sommige leden juist afstand te nemen van het persoonlijke en expressieve karakter van informele kunst. Armando, Peeters, Schoonhoven en Henderikse gingen vervolgens verder binnen de Nederlandse Groep Nul. Daardoor vormt de Informele Groep een interessante schakel tussen twee kunstwerelden. Ga eens verder naar Art informel of de Nederlandse Groep Nul en ontdek hoe dezelfde kunstenaars in korte tijd radicaal van richting konden veranderen.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

verbonden met

wordt vertegenwoordigd door

Op mijn tafel

Beschrijving

De Nederlandse Informele Groep Vrije schilderkunst als reactie op een veranderende wereld Een invloedrijke kunststroming die ontstond in de jaren vijftig De Nederlandse Informele Groep was een invloedrijke kunststroming die ontstond in de jaren vijftig en een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van de moderne Nederlandse kunst. De kunstenaars binnen de Nederlandse Informele Groep wilden afrekenen met traditionele schilderkunst. Ze zochten daarom naar meer vrijheid, spontaniteit en directe expressie. Het werk…

Beschrijving

 

De Nederlandse Informele Groep

Vrije schilderkunst als reactie op een veranderende wereld

Een invloedrijke kunststroming die ontstond in de jaren vijftig

De Nederlandse Informele Groep was een invloedrijke kunststroming die ontstond in de jaren vijftig en een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van de moderne Nederlandse kunst. De kunstenaars binnen de Nederlandse Informele Groep wilden afrekenen met traditionele schilderkunst. Ze zochten daarom naar meer vrijheid, spontaniteit en directe expressie. Het werk van de Nederlandse Informele Groep vormde op die manier een overgang tussen het expressieve Cobra-tijdperk en de meer zakelijke benadering van de latere Nul-beweging.

De Informele Groep werd officieel opgericht in 1958 en bestond uit kunstenaars als Kees van Bohemen, Armando, Jan Schoonhoven, Henk Peeters, Jan Henderikse en Herman de Vries. Hoewel deze kunstenaars later ieder hun eigen richting zouden kiezen, deelden zij in deze periode een sterke interesse in experimentele schilderkunst en nieuwe materialen.  

Een kunst van spontaniteit en materie

De term “informeel” verwijst naar kunst zonder vaste vorm of strakke compositie. Binnen de Informele Groep stond niet het onderwerp centraal, maar het schilderproces zelf. Verf werd dik aangebracht, gekrast, gegooid of uitgesmeerd. Het oppervlak van het schilderij kreeg daardoor een bijna tastbare structuur. Kunstenaars experimenteerden met zand, cement, hout, gips en andere materialen om reliëf en textuur te creëren.

Deze manier van werken sloot aan bij internationale stromingen zoals Art Informel, Tachisme en Abstract Expressionisme. Net als kunstenaars in Frankrijk en de Verenigde Staten wilden Nederlandse informelen directe emoties en energie zichtbaar maken in hun werk. Toch bleef hun stijl vaak soberder en minder explosief dan die van bijvoorbeeld de Amerikaanse action painters. (kunstbus.nl)

Armando en de kracht van materie

Een van de opvallendste kunstenaars binnen de Informele Groep was Armando. In zijn vroege werk gebruikte hij dikke zwarte verfpartijen en ruwe structuren om spanning en kracht uit te drukken. Zijn schilderijen hadden vaak een donkere, bijna dramatische sfeer die verwees naar herinneringen aan oorlog en geweld.

Ook Jan Schoonhoven maakte aanvankelijk informeel werk voordat hij overstapte naar zijn beroemde witte reliëfs binnen Groep Nul. In zijn vroege schilderijen zijn al duidelijke ritmische structuren zichtbaar die later een belangrijk kenmerk van zijn werk zouden worden.

Henk Peeters en Jan Henderikse ontwikkelden zich eveneens vanuit de informele schilderkunst richting experimenten met objecten en alledaagse materialen. Daarmee vormde de Informele Groep een belangrijke voedingsbodem voor vernieuwende kunst in de jaren zestig.

Internationale invloeden

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de behoefte aan een nieuwe artistieke taal. Kunstenaars wilden loskomen van academische regels en traditionele schoonheid. Parijs bleef een belangrijk centrum voor moderne kunst, maar ook New York kreeg steeds meer invloed. Nederlandse kunstenaars reisden naar het buitenland, bezochten tentoonstellingen en kwamen in contact met internationale avant-garde-bewegingen.

De Informele Groep sloot aan bij deze internationale ontwikkelingen, maar gaf er een eigen Nederlandse invulling aan. De combinatie van soberheid, experiment en aandacht voor materiaal maakte de beweging uniek binnen Europa.

Van Informeel naar Nul

De Nederlandse Informele Groep bestond slechts enkele jaren, maar had grote invloed op de ontwikkeling van de moderne kunst in Nederland. Rond 1960 ontstond uit deze kring de beroemde Groep Nul. Waar de Informele Groep draaide om spontaniteit en materiële expressie, koos Nul juist voor orde, herhaling en objectiviteit.

Toch vormde de informele periode een essentieel experiment. Kunstenaars leerden grenzen loslaten, nieuwe materialen gebruiken en traditionele schilderkunst heroverwegen. Daardoor werd de weg vrijgemaakt voor vernieuwende stromingen zoals Minimal Art, Conceptuele Kunst en de ZERO-beweging.

Vandaag geldt de Nederlandse Informele Groep als een belangrijk hoofdstuk in de naoorlogse kunstgeschiedenis. Musea en verzamelaars waarderen de werken vanwege hun experimentele karakter en hun rol in de overgang naar de radicale moderne kunst van de jaren zestig.