Clair Obscur
Clair-obscur Als licht bepaalt wat je ziet – en duisternis de rest vertelt Clair-obscur is het gebruik van sterke of subtiele verschillen tussen licht en donker om vormen, ruimte en sfeer in een kunstwerk te versterken. De term komt uit het Frans en is nauw verwant aan het Italiaanse chiaroscuro. Door licht en schaduw zorgvuldig te verdelen kan een schilder een vlakke voorstelling driedimensionaal laten lijken. Een gezicht krijgt volume, een hand komt naar voren en een donkere achtergrond kan de aandacht volledig op één figuur richten. Vooral tijdens de renaissance en barok werd clair-obscur belangrijk. Leonardo da Vinci gebruikte zachte overgangen om vormen volume te geven. Caravaggio koos juist voor dramatische contrasten, waarbij figuren uit diepe duisternis tevoorschijn komen. Ook Rembrandt gebruikte licht om aandacht, sfeer en emotie te sturen. Clair-obscur is geen kunststroming, maar een beeldend middel dat ook in fotografie en film wordt gebruikt. Kijk vanuit clair-obscur eens verder naar chiaroscuro, tenebrisme en Caravaggio. Let daarna bij een schilderij niet alleen op wat verlicht wordt, maar vooral op wat de kunstenaar bewust in het donker laat verdwijnen.
Aan de muur
Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.