Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

Anthony van Dyck

Kunstenaar
Welkom in mijn studeerkamer!

Anthony van Dyck De portretschilder die macht elegant leerde poseren Anthony van Dyck (1599–1641) was een Vlaamse barokschilder die uitgroeide tot een van de beroemdste portretschilders van Europa. Hij werkte enige tijd in het atelier van Peter Paul Rubens, maar ontwikkelde al jong een elegante, direct herkenbare portretstijl. Van Dyck reisde naar Italië, waar hij de schilderkunst van onder anderen Titiaan bestudeerde. Later vestigde hij zich in Engeland en werd hij hofschilder van koning Karel I. Zijn aristocratische modellen lijken moeiteloos zelfverzekerd. Elegante kleding, lange figuren, ontspannen houdingen en zorgvuldig gekozen attributen versterken hun status. Van Dyck schilderde niet alleen hoe mensen eruitzagen, maar ook hoe zij gezien wilden worden. Zijn portretten van Karel I werden beroemd en bepaalden lange tijd het beeld van de koning. Ook op latere Britse portretschilders had Van Dyck grote invloed. Naast portretten maakte hij religieuze en mythologische schilderijen. Van Dyck laat daarmee zien dat een portret nooit alleen een gezicht registreert. Houding, kleding, omgeving en blik kunnen samen een zorgvuldig opgebouwd verhaal vertellen over macht, karakter en prestige.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

beïnvloedde

beïnvloed door

geboren in

leerling van

lid van

maakte

tijdgenoot van

verbonden met

  • Endymion Porter

vertegenwoordigt

vertegenwoordigt

  • Barok

werkte in

werkte samen met

woonde in

Olieverf

Techniek

Olieverf Van een klodder gekleurde pasta naar vijf eeuwen meesterwerken Olieverf is een van de belangrijkste materialen uit de geschiedenis van de schilderkunst. Pigment wordt gemengd met een drogende olie, meestal lijnolie. Daardoor ontstaat verf die langzaam droogt en kunstenaars veel mogelijkheden geeft om kleuren te mengen, lagen over elkaar aan te brengen en kleine details uit te werken. Juist die lange droogtijd werd een kracht. Schilders kunnen zachte overgangen maken, transparante glacislagen gebruiken of juist dikke klodders verf aanbrengen. Van de verfijnde schilderijen van Jan van Eyck en Rembrandt tot de krachtige penseelstreken van Vincent van Gogh: allemaal ontstonden ze met hetzelfde basisprincipe. Olieverf veranderde bovendien mee met de kunstenaar. Verf in tubes maakte buiten schilderen in de negentiende eeuw veel gemakkelijker. Open de deur naar olieverf: ontdek pigmenten, lijnolie, glaceren, impasto, paletmessen, schildersdoek en kunstenaars die met een paar kleuren een compleet nieuwe wereld konden schilderen.

Met dunne laagjes olieverf kon Van der Neer zelfs maanlicht laten gloeien

Beschrijving
Olieverf
Met dunne laagjes verf kon Van der Neer zelfs maanlicht laten gloeien

Olieverf bestaat uit pigment dat met een drogende olie, vaak lijnolie, wordt vermengd. De techniek biedt schilders grote mogelijkheden om transparante en dekkende verflagen te combineren. Daardoor kunnen subtiele kleurovergangen, diepe schaduwen en bijzondere lichteffecten worden opgebouwd.

Voor Aert van der Neer waren deze eigenschappen bijzonder belangrijk. Zijn landschappen spelen vaak met moeilijke lichtsituaties: maanlicht, schemering, zonsondergangen en donkere wolkenluchten.

Door verschillende verflagen over elkaar aan te brengen kon hij donkere partijen diepte geven en tegelijkertijd lichtere gedeelten laten oplichten. Transparante lagen konden kleuren verdiepen zonder onderliggende verf volledig te bedekken.

Technisch onderzoek heeft bovendien laten zien dat Van der Neer soms in nog natte verf kraste, waardoor een lichtere onderliggende laag opnieuw zichtbaar werd. Zo konden kleine lichtaccenten ontstaan.

Olieverf was voor Van der Neer dus veel meer dan eenvoudig kleurmateriaal. De eigenschappen van de verf hielpen hem het ongrijpbare te schilderen: licht dat door wolken breekt, over water glijdt en langzaam in de duisternis verdwijnt.

Vlaamse schilderkunst

Begrip

De Vlaamse schilderkunst behoort tot de invloedrijkste tradities binnen de Europese kunst. Al vanaf de vijftiende eeuw ontwikkelden Vlaamse meesters als Jan van Eyck, Rogier van der Weyden en Hans Memling een uitzonderlijk verfijnde schildertechniek met olieverf. In de zestiende en zeventiende eeuw bouwden kunstenaars als Pieter Bruegel de Oude, Peter Paul Rubens, Anthony van Dyck, Jacob Jordaens en David Teniers de Jonge daarop voort. Vlaamse schilders stonden bekend om hun rijke kleurgebruik, levendige composities en grote aandacht voor details. Onderwerpen varieerden van religieuze voorstellingen en mythologie tot landschappen, portretten, stillevens en boerentaferelen. Vooral Bruegel en Teniers maakten het dagelijkse leven van boeren tot een geliefd onderwerp. De Vlaamse schilderkunst had grote invloed op de Nederlandse Gouden Eeuw en op de verdere ontwikkeling van de Europese schilderkunst.

Over Vlaamse schilderkunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Sint-Lucasgilde Antwerpen

Organisatie

Wie als schilder zijn vak wilde uitoefenen, kwam terecht in een machtig professioneel netwerk Het Sint-Lucasgilde van Antwerpen was een beroepsorganisatie voor kunstenaars en verschillende kunstambachten. De naam verwees naar de evangelist Lucas, die volgens een oude traditie een portret van Maria zou hebben geschilderd en daardoor patroonheilige van schilders werd. Adriaen Brouwer werd in het gildejaar 1631-1632 als meester geregistreerd. Daarmee kreeg hij een officiële positie binnen het professionele kunstleven van Antwerpen. Het gilde speelde een belangrijke rol bij de organisatie van het kunstenaarsberoep. Het stelde regels vast, registreerde meesters en leerlingen en beschermde economische belangen. Voor kunstenaars bood het bovendien toegang tot een netwerk van collega's, opdrachtgevers en mensen die betrokken waren bij productie en handel in kunst. Antwerpen was op dat moment een belangrijk internationaal kunstcentrum. Binnen dezelfde stedelijke kunstwereld waren grote namen als Peter Paul Rubens, Anthony van Dyck en Jacob Jordaens actief. Voor Brouwer betekende het Sint-Lucasgilde daarom meer dan een administratieve registratie. Het plaatste de schilder van rokers, drinkers en boeren midden in een professioneel netwerk waarin kunst werd gemaakt, beoordeeld, verzameld en verkocht.

Over Sint-Lucasgilde Antwerpen is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Antwerpen

Plaats

Antwerpen De handelsstad waar Brouwer tussen Rubens en herbergbezoekers zijn eigen wereld vond Antwerpen was in de zestiende en zeventiende eeuw een van de belangrijkste kunstcentra van Europa. Ondanks oorlogen en economische veranderingen bleef de stad een omgeving waarin schilders, beeldhouwers, prentmakers, verzamelaars en kunsthandelaren elkaar ontmoetten. Adriaen Brouwer vestigde zich rond 1631 in Antwerpen. Hij werd er als meester opgenomen in het Sint-Lucasgilde en ontwikkelde zijn karakteristieke schilderkunst van boeren, drinkers, rokers en andere figuren uit het dagelijks leven. De artistieke omgeving was indrukwekkend. Peter Paul Rubens werkte in Antwerpen en bezat verschillende schilderijen van Brouwer. Ook Anthony van Dyck, Jacob Jordaens, David Teniers de Jonge en vele andere kunstenaars waren met de stad verbonden. Antwerpen beschikte bovendien over een omvangrijke kunstmarkt. Schilders konden er werken voor opdrachtgevers, handelaren en verzamelaars zonder uitsluitend afhankelijk te zijn van kerkelijke of vorstelijke opdrachten. Voor Brouwer was Antwerpen daardoor meer dan een woonplaats. Het was een netwerk waarin zijn kleine, soms ruwe genretaferelen terechtkwamen bij kunstkenners die zijn uitzonderlijke schilderkunst herkenden en waardeerden.

Over Antwerpen is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Vlaamse barok

Kunststroming

Vlaamse barok Van Rubens' monumentale drama tot Brouwers rumoerige herberg De Vlaamse barok bloeide vooral in de zeventiende eeuw in de Zuidelijke Nederlanden, met Antwerpen als belangrijk kunstcentrum. De stijl wordt vaak verbonden met grote, dynamische composities, krachtige lichtwerking, beweging en emotie. Peter Paul Rubens is daarvan het beroemdste voorbeeld. Adriaen Brouwer laat echter zien dat Vlaamse barok niet uitsluitend bestond uit monumentale religieuze en mythologische schilderkunst. Hij gebruikte levendigheid en sterke emoties voor veel kleinere voorstellingen van het dagelijks leven. Zijn boeren drinken, roken, maken ruzie en trekken grimassen. Het drama speelt zich niet af tussen goden en helden, maar in eenvoudige herbergen. Juist zijn aandacht voor menselijke emoties verbindt Brouwer met de bredere barokcultuur. Ook zijn losse, directe manier van schilderen versterkt de levendigheid. Dat Rubens verschillende werken van Brouwer verzamelde, onderstreept hoe hoog diens schilderkunst werd gewaardeerd. Binnen de Vlaamse barok vertegenwoordigt Brouwer daarmee een bijzondere richting: klein van formaat, alledaags van onderwerp, maar groot in menselijke expressie.

Over Vlaamse barok is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Pietro da Cortona

Kunstenaar

Pietro da Cortona Hier barst de barok dwars door het plafond Pietro da Cortona (1596–1669) maakte van plafondschilderkunst een overweldigend spektakel. Zijn beroemde fresco Triomf van de Goddelijke Voorzienigheid in het Palazzo Barberini in Rome geldt als een hoogtepunt van het barokke illusionisme. Wie omhoogkijkt, ziet geen rustig verdeeld plafond. Figuren vliegen door de lucht, wolken openen zich en geschilderde architectuur lijkt de werkelijke ruimte voort te zetten. Grenzen tussen verschillende scènes vervagen. Alles draait om beweging, hoogte en de indruk dat zich boven de bezoeker een veel grotere wereld bevindt. Da Cortona gebruikte perspectief, verkorting en een zorgvuldig berekende compositie om de architectuur visueel open te breken. Tegelijkertijd was het fresco propaganda: de Barberini-familie presenteerde haar macht en status via een hemels spektakel. Dat maakt zijn werk kenmerkend voor de barok. Kunst moest niet alleen iets voorstellen, maar de bezoeker overtuigen en overweldigen. Bij Pietro da Cortona is illusionisme geen technisch kunstje meer. Het wordt een complete ervaring waarin schilderkunst, architectuur en theater samenvallen.

Over Pietro da Cortona is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Londen

Plaats

Londen De stad waar traditie en vernieuwing voortdurend botsen Londen is niet alleen de hoofdstad van het Verenigd Koninkrijk, maar ook al eeuwenlang een belangrijk centrum voor kunst, architectuur en cultuur. Musea, kunstacademies, galeries en kunstenaars maakten de stad tot een ontmoetingsplaats voor uiteenlopende ideeën. Kunstenaars als William Hogarth, J.M.W. Turner en later Francis Bacon en David Hockney zijn nauw met de Britse hoofdstad verbonden. Aan het begin van de twintigste eeuw werd Londen bovendien een centrum van modernistische experimenten. Hier ontstond rond Wyndham Lewis het Vorticisme. Kunstenaars, schrijvers en ontwerpers zochten naar een beeldtaal die paste bij de moderne stad, machines en een snel veranderende maatschappij. Instellingen als de Royal Academy en Tate kregen eveneens een belangrijke plaats in het Londense kunstleven. Ga vanuit Londen eens verder naar Vorticisme, Britse kunst, Tate of Royal Academy of Arts en ontdek hoeveel verschillende kunstwerelden binnen één stad naast elkaar kunnen bestaan.

Over Londen is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Portretkunst

Onderwerp

Portretkunst Een gezicht schilderen is meer dan iemand laten lijken Portretkunst is kunst waarin één persoon of een groep mensen centraal staat. Een goed portret laat meestal meer zien dan alleen iemands uiterlijk. Houding, kleding, gezichtsuitdrukking, omgeving en kleur kunnen iets vertellen over karakter, beroep, status of stemming. Eeuwenlang lieten vooral vorsten, bestuurders en rijke burgers zich portretteren. Later kozen kunstenaars steeds vaker familieleden, vrienden, onbekenden of zichzelf als onderwerp. De manier waarop iemand wordt afgebeeld veranderde voortdurend. Rembrandt zocht naar karakter en ouderdom, Joshua Reynolds naar waardigheid, terwijl expressionisten een gezicht juist konden vervormen en fel kleuren om emoties sterker te maken. Ook fotografie veranderde de functie van het geschilderde portret. Gelijkenis alleen was niet langer voldoende. Ga vanuit Portretkunst eens verder naar Zelfportret, Rembrandt, Expressionisme of Deformatie en ontdek hoeveel verschillende verhalen kunstenaars met één gezicht kunnen vertellen.

Over Portretkunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Hofportretkunst

Onderwerp

Hofportretkunst Een portret dat niet alleen een persoon, maar ook macht moest laten zien Hofportretkunst ontstond rond vorsten en hun hoven, waar een portret veel meer was dan een afbeelding van iemands gezicht. Het moest vertellen wie iemand was en vooral hoe belangrijk die persoon was. Koningen, koninginnen en andere leden van de elite werden daarom afgebeeld met kostbare kleding, sieraden, wapens, zuilen, gordijnen en andere symbolen van status. Houding en gebaren waren zorgvuldig gekozen. Anthony van Dyck werd een meester van dit genre. Aan het Engelse hof van Charles I combineerde hij waardigheid met elegantie en een opvallend natuurlijke uitstraling. Zijn manier van schilderen werd eeuwenlang een voorbeeld voor andere portretschilders. Hofportretten waren bovendien politieke beelden: ze konden worden geschonken, gekopieerd en naar andere hoven gestuurd. Ga vanuit Hofportretkunst eens verder naar Anthony van Dyck, Charles I, Portretkunst of Europese hofkunst en ontdek hoe een schilderij kon helpen om macht zichtbaar te maken.

Over Hofportretkunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Europese hofkunst

Onderwerp

Europese hofkunst Waar kunst onderdeel werd van macht, prestige en internationale concurrentie Europese hofkunst omvat de kunst die werd gemaakt voor koningen, vorsten en andere machthebbers aan de Europese hoven. Schilderijen, beelden, wandtapijten, meubels en complete paleizen konden allemaal bijdragen aan het aanzien van een heerser. Kunstenaars kregen opdrachten voor portretten, religieuze voorstellingen, mythologische taferelen en grote decoraties. Een indrukwekkend hof liet daarmee zien dat het beschikte over rijkdom, smaak en macht. Kunstenaars reisden regelmatig tussen verschillende landen. Zo werkte de Vlaamse schilder Anthony van Dyck in Italië voordat hij hofschilder werd van Charles I in Engeland. Peter Paul Rubens werkte eveneens voor verschillende Europese vorsten en combineerde kunst zelfs met diplomatie. Daardoor ontstond een internationaal netwerk waarin stijlen en ideeën zich snel konden verspreiden. Ga vanuit Europese hofkunst eens verder naar Anthony van Dyck, Peter Paul Rubens, Hofportretkunst of Barok en ontdek hoe kunst, politiek en internationale contacten met elkaar verweven raakten.

Over Europese hofkunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Zeventiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst

Begrip

Zeventiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst In Antwerpen werkten zoveel meesters dat Europa er niet omheen kon De zeventiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst beleefde vooral in Antwerpen een indrukwekkende bloeiperiode. Schilders maakten grote religieuze en mythologische voorstellingen, landschappen, stillevens, genrestukken en vooral veel portretten. De centrale figuur was Peter Paul Rubens, die een groot atelier leidde en internationale opdrachten uitvoerde. Anthony van Dyck ontwikkelde zich vanuit hetzelfde Antwerpse kunstmilieu tot een van Europa's belangrijkste portretschilders. Ook kunstenaars als Jacob Jordaens, Frans Snyders en Jan Brueghel de Oude droegen bij aan de enorme productie en verscheidenheid. Kenmerkend voor veel Vlaamse barokkunst zijn rijke kleuren, beweging, dramatisch licht en een sterke aandacht voor materialen en details. Samenwerking tussen gespecialiseerde schilders kwam regelmatig voor. Ga vanuit zeventiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst eens verder naar Anthony van Dyck, Peter Paul Rubens, Antwerpse schilderkunst of Vlaamse barok en ontdek waarom Antwerpen een internationaal centrum van kunst werd.

Over Zeventiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Genua

Plaats

Genua De Italiaanse havenstad waar Van Dyck de elite een nieuw gezicht gaf Genua was in de zeventiende eeuw een rijke handels- en havenstad met machtige families die hun succes graag zichtbaar maakten. Voor een ambitieuze portretschilder was dat een interessante omgeving. Anthony van Dyck verbleef tijdens zijn Italiaanse jaren verschillende keren in Genua. Hij kreeg er opdrachten van vooraanstaande aristocratische families en ontwikkelde een bijzonder elegante manier van portretschilderen. Zijn opdrachtgevers verschijnen in kostbare kleding, omringd door zuilen, gordijnen en monumentale architectuur. Toch blijven de personen zelf belangrijk. Van Dyck combineerde status, verfijning en persoonlijkheid op een manier die later grote invloed zou krijgen op zijn Engelse hofportretten. Genua werd daardoor een belangrijke halte in zijn ontwikkeling van talentvolle Vlaamse schilder tot internationaal gevierde portrettist. Ga vanuit Genua eens verder naar Anthony van Dyck, Italiaanse barok, Hofportretkunst of Portretkunst en ontdek hoe een Italiaanse havenstad hielp om Van Dycks internationale stijl te vormen.

Over Genua is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Palermo

Plaats

Palermo Op Sicilië ontmoette Van Dyck een stad die plotseling door de pest werd getroffen Palermo, de hoofdstad van Sicilië, vormt een bijzonder hoofdstuk in het leven van Anthony van Dyck. De schilder arriveerde er in 1624, tijdens zijn jarenlange verblijf in Italië. Kort daarna werd Palermo getroffen door een ernstige pestepidemie. In dezelfde periode groeide de verering van Sint Rosalia, de beschermheilige van de stad. Van Dyck schilderde verschillende voorstellingen van deze heilige, waardoor een onverwachte gebeurtenis tijdens zijn reis een belangrijke plaats in zijn werk kreeg. Hij maakte in Palermo ook het indrukwekkende portret van de hoogbejaarde schilder Sofonisba Anguissola, die hij daar ontmoette en bewonderde. Van Dyck maakte aantekeningen en een schets van haar. Palermo verbindt daardoor portretkunst, religieuze kunst en Van Dycks Italiaanse reis op een bijzondere manier. Ga vanuit Palermo eens verder naar Anthony van Dyck, Sint Rosalia, Sofonisba Anguissola of Religieuze kunst en ontdek welke verrassende ontmoetingen achter Van Dycks Italiaanse schilderijen verborgen zitten.

Over Palermo is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Pest van Palermo

Begrip

Pest van Palermo Een epidemie die onverwacht een belangrijke rol ging spelen in Van Dycks kunst De Pest van Palermo brak in 1624 uit terwijl Anthony van Dyck op Sicilië verbleef. De epidemie kostte veel mensen het leven en bracht het openbare leven van Palermo ernstig in de problemen. Juist tijdens deze crisis werden volgens de overlevering de relieken van Sint Rosalia gevonden. De heilige kreeg vervolgens een centrale plaats in de religieuze reactie op de epidemie en groeide uit tot beschermheilige van Palermo. Van Dyck bevond zich midden in deze gebeurtenissen. Hij maakte verschillende schilderijen van Sint Rosalia, vaak terwijl zij vanuit de hemel bescherming of bemiddeling biedt. Daarmee raakten een historische gebeurtenis, religie en kunst rechtstreeks met elkaar verbonden. De epidemie vormt zo een onverwachte sleutel tot een bijzonder deel van Van Dycks oeuvre. Ga vanuit Pest van Palermo eens verder naar Anthony van Dyck, Palermo, Sint Rosalia of Religieuze kunst en ontdek hoe ziekte, geloof en kunst elkaar tijdens een historische crisis konden beïnvloeden.

Over Pest van Palermo is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Endymion Porter en Anthony van Dyck

Kunstwerk

Endymion Porter en Anthony van Dyck Een dubbelportret waarin de hofschilder zelf naast zijn vriend verschijnt Endymion Porter en Anthony van Dyck is een bijzonder dubbelportret waarin Van Dyck zichzelf afbeeldde naast de Engelse hoveling, diplomaat en kunstliefhebber Endymion Porter. Porter was verbonden aan het hof van Karel I en bewoog zich in dezelfde internationale kunstwereld als Van Dyck. Op het schilderij zitten beide mannen dicht bij elkaar. Van Dyck presenteert zichzelf daarmee niet alleen als schilder, maar ook als iemand die toegang had tot de hoogste maatschappelijke kringen. Opvallend is het verschil tussen de twee figuren. Kleding, houding en gebaren vertellen iets over hun verschillende posities, terwijl de compositie tegelijkertijd hun persoonlijke verbondenheid benadrukt. Het werk geeft zo een zeldzaam inkijkje in Van Dycks eigen sociale wereld. Ga vanuit Endymion Porter en Anthony van Dyck eens verder naar Endymion Porter, Anthony van Dyck, Zelfportret of Hofportretkunst en ontdek welke mensen achter Van Dycks internationale carrière stonden.

Over Endymion Porter en Anthony van Dyck is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Henrietta Maria

Persoon

Henrietta Maria De koningin die door Van Dyck veranderde in een toonbeeld van hofse elegantie Henrietta Maria (1609–1669) was een Franse prinses die door haar huwelijk met Karel I koningin van Engeland, Schotland en Ierland werd. Aan het Engelse hof werd zij een belangrijke opdrachtgever voor Anthony van Dyck. Van Dyck schilderde haar verschillende keren, alleen en samen met andere leden van de koninklijke familie. Met glanzende stoffen, sieraden, ontspannen houdingen en verfijnde gebaren gaf hij haar portretten een elegante uitstraling. Henrietta Maria was katholiek in een overwegend protestants land. Daardoor was haar positie politiek en religieus gevoelig. Tijdens de Engelse Burgeroorlog verbleef zij lange tijd buiten Engeland. Haar portretten laten goed zien dat hofkunst niet alleen bedoeld was om uiterlijk vast te leggen. Ze hielp ook een gewenst koninklijk imago uit te dragen. Ga vanuit Henrietta Maria eens verder naar Anthony van Dyck, Karel I van Engeland, Hofportretkunst of Europese hofkunst en ontdek hoe kleding, houding en omgeving samen een koninklijk beeld konden vormen.

Over Henrietta Maria is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Karel I van Engeland

Persoon

Karel I van Engeland De koning die Van Dyck hielp om het beeld van koninklijke macht te bepalen Karel I van Engeland (1600–1649) was koning van Engeland, Schotland en Ierland en een groot liefhebber en verzamelaar van kunst. In Anthony van Dyck vond hij de ideale schilder om zijn koninklijke uitstraling vast te leggen. Van Dyck werd in 1632 hofschilder van Karel I en maakte verschillende beroemde portretten van hem. De koning verschijnt elegant, zelfverzekerd en bijna vanzelfsprekend machtig. Kostbare kleding, paarden, landschappen en zorgvuldig gekozen houdingen versterken dat beeld. De werkelijkheid was minder rustig. Karels conflicten met het parlement leidden uiteindelijk tot de Engelse Burgeroorlog. In 1649 werd hij ter dood gebracht. Zijn portretten bleven echter bestaan en bepaalden mede hoe latere generaties hem zagen. Ga vanuit Karel I van Engeland eens verder naar Anthony van Dyck, Henrietta Maria, Hofportretkunst of Engelse Burgeroorlog en ontdek hoe kunst het beeld van een koning eeuwenlang kan beïnvloeden.

Over Karel I van Engeland is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Op mijn tafel

Anthony van Dyck

Beschrijving
Anthony van Dyck — elegantie, macht en het internationale portret Anthony van Dyck werd in 1599 in Antwerpen geboren en ontwikkelde zich uitzonderlijk vroeg. Al rond zijn vijftiende of zestiende jaar maakte hij zelfstandige werken en in 1618 werd hij meester in het Antwerpse Sint-Lucasgilde. Zijn eerste opleiding kreeg hij waarschijnlijk bij Hendrick van Balen. Vervolgens werkte hij nauw samen met Peter Paul Rubens, de dominante kunstenaar van de Vlaamse barok. Van Dyck werd echter geen eenvoudige navolger. Hij ont…

Anthony van Dyck

Anthony van Dyck — elegantie, macht en het internationale portret

Anthony van Dyck werd in 1599 in Antwerpen geboren en ontwikkelde zich uitzonderlijk vroeg. Al rond zijn vijftiende of zestiende jaar maakte hij zelfstandige werken en in 1618 werd hij meester in het Antwerpse Sint-Lucasgilde. Zijn eerste opleiding kreeg hij waarschijnlijk bij Hendrick van Balen. Vervolgens werkte hij nauw samen met Peter Paul Rubens, de dominante kunstenaar van de Vlaamse barok. Van Dyck werd echter geen eenvoudige navolger. Hij ontwikkelde al jong een lossere, elegantere manier van schilderen die vooral in de portretkunst grote gevolgen zou krijgen.

In 1621 vertrok Van Dyck naar Italië. Hij verbleef er ongeveer zes jaar en werkte onder andere in Genua, waar rijke patriciërs graag door hem werden geportretteerd. Hun kostbare kleding, hoge zuilen, rode gordijnen en zelfverzekerde houdingen gaven zijn portretten een bijna theatrale allure. Vooral Titiaan maakte grote indruk op hem. Van Dyck leerde van de Venetiaanse schilderkunst hoe kleur, losse penseelvoering en aristocratische uitstraling elkaar konden versterken.

Zijn Italiaanse jaren leverden ook een onverwachte gebeurtenis op. Toen Van Dyck in 1624 in Palermo verbleef, brak daar de pest uit en werd de stad in quarantaine geplaatst. Juist in die periode werden vermeende relieken van de heilige Rosalia gevonden. Er ontstond onmiddellijk behoefte aan afbeeldingen van de nieuwe beschermheilige. Van Dyck schilderde verschillende voorstellingen van haar; een exemplaar in het Metropolitan Museum blijkt zelfs over een begonnen zelfportret heen geschilderd te zijn.

Na zijn terugkeer naar Antwerpen groeide zijn internationale reputatie verder. De beslissende stap kwam in 1632, toen Van Dyck zich aan het hof van koning Charles I in Engeland vestigde. Hij werd hofschilder, kreeg een riddertitel en maakte een lange reeks portretten van de koning, koningin Henrietta Maria en de Engelse aristocratie. Zijn beroemde ruiterportretten tonen Charles I niet simpelweg als mens, maar als vanzelfsprekende machthebber: beheerst, elegant en letterlijk boven zijn omgeving verheven.

Van Dyck veranderde daarmee de Engelse portretkunst. Zijn modellen lijken ontspannen maar behouden hun status. Een hand rust achteloos op een heup, kostbare zijde glanst, een jachthond verwijst naar adellijke cultuur en een nonchalante houding suggereert dat macht moeiteloos is. Het portret van James Stuart, Duke of Richmond and Lennox, is daarvan een goed voorbeeld.

Van Dyck beperkte zich overigens niet tot portretten. Hij schilderde ook religieuze en mythologische werken en maakte de beroemde prentenreeks die later bekend werd als de Iconografie, met portretten van kunstenaars, geleerden en andere beroemde tijdgenoten.

Hij stierf in 1641 in Londen, slechts 42 jaar oud. Toch werkte zijn stijl nog eeuwen door. Peter Lely bouwde in Engeland rechtstreeks voort op het aristocratische portretmodel dat Van Dyck had gevestigd.

Gereedschapskist

Materialen